De man in het bos

19 Apr

Peterson Ssendi

Toen ik vanaf Eindhoven via het Stiphoutse bos naar huis fietste, stopte er bij de oversteek van de autoweg een oude man naast mij. “Goedemiddag, meneer”, zei ik. Hij reageerde met dezelfde woorden en stelde als eerste een vraag: “Waar kom je vandaan?” Hij wilde overduidelijk een praatje beginnen en vroeg na mijn antwoord ‘Ik kom uit Oeganda’, waarom ik naar Nederland gekomen was.

Ik vertelde hem mijn verkorte asielverhaal. Vervolgens stelde hij nog een paar vragen om wat meer van mij te weten te komen. Tijdens dit vraag-en-antwoordspel vroeg hij mij ook of ik een uitkering krijg en hoe hoog die uitkering eigenlijk is. Daarnaast wilde hij weten of ik wilde gaan werken, waarop ik reageerde dat ik daarmee bezig was.

Hij wilde weten of ik met de computer kan werken. “Jazeker”, antwoordde ik. Ik dacht dat hij misschien een baan voor mij had, maar dat was helaas niet zo. Toen vroeg hij of ik in een supermarkt kon werken en ook daarop antwoordde ik bevestigend. Ik hoopte dat dat misschien mijn kans was om voor een baan in de supermarkt in aanmerking te komen. Ik ben altijd flexibel en kan alle soorten werk doen.

Ik legde verder uit dat ik werkzaam ben geweest als productiemedewerker bij de Atlant Groep in Helmond, dus daar heb ik ook genoeg ervaring mee.

Tijdens het gesprek heb ik geen kans gekregen om de man naar zijn naam te vragen. Ik bemerkte tijdens ons gesprek echter dat hij in Aarle-Rixtel woont, in de richting van mijn woning in Helmond, dus wij besloten samen door te fietsen. Tijdens deze fietstocht liet hij me weten dat hij 80 jaar is en dat hij twee kinderen heeft, van 50 en 55. Maar deze kinderen wonen niet meer bij hem en ook niet in de buurt van Helmond.

Even later wist hij me te vertellen dat er vluchtelingen achter de aanslagen in België en in Frankrijk zaten. Deze meneer wist blijkbaar niet dat de terroristen die de aanslagen in Parijs en in België hebben uitgevoerd, geen vluchtelingen waren. Volgens de informatie die bekend gemaakt is, waren de daders in Parijs en Frankrijk geboren en getogen in Europa, en zeker geen vluchtelingen.

In de taalklas

Een paar dagen later discussieerden wij in onze taalklas, bij Werkvloertaal, over het thema “Calvinisme in Nederland” dat in het boek Nederlands Op Niveau, door Berna de Boer en Ronald Ohlsen, aan de orde komt. Daarna moesten wij, de studenten, de docente vragen stellen over het thema. Persoonlijk wilde ik weten of de eigenschappen zoals die van de meneer in het bos behoren tot de calvinistisch erfgoed. Eigenlijk wilde ik weten of het ook een calvinistische eigenschap is dat de man in het bos mij, een vreemde, allerlei intieme vragen stelde, zoals hoeveel ik verdien.

“Elk jaar tijdens mijn verjaardagsfeest stellen ook mijn kennissen allerlei vragen over vluchtelingen”, aldus mijn NT2-docente. Zij is al jaren werkzaam als NT2-docente en zij heeft erg veel ervaring met vluchtelingen in Nederland. Volgens haar zijn er helaas nog steeds veel Nederlanders die denken dat vluchtelingen geen zin hebben om te werken. Ook denken velen dat vluchtelingen een heel hoge uitkering krijgen. Deze mensen weten volgens haar niet hoe hoog uitkeringen zijn en hoe een uitkering, voor zowel voor vluchtelingen als voor niet-vluchtelingen, is opgebouwd.

Maar mijn docente weet zeker dat vluchtelingen ondanks hun taalachterstand en andere problemen best willen werken. Alle vluchtelingen willen volgens de NT2-docente ook financieel onafhankelijk worden. Ze willen niet thuis zitten, maar ze willen ook belasting kunnen betalen, net als de werkende Nederlanders.

Op de door mij aangevoerde kwestie antwoordde mijn docente dat de oude man in het bos geen typisch calvinistische eigenschap etaleerde. “Het was beetje naïef van hem om jou te adviseren in een supermarkt te gaan werken, omdat het meeste werk in een supermarkt door de jongelui gedaan wordt. Die zijn immers goedkoper.” Bovendien hebben mensen die goed Nederlands spreken meer kansen op werk.

Mijn conclusie uit het gesprek met de oude man en de taalles, is dat het voor vluchtelingen belangrijk is geïnformeerd te blijven over de Nederlandse cultuur en de normen en waarden. Om een goed beeld te krijgen van vluchtelingen, moeten de Nederlandse burgers en werkgevers bovendien gestimuleerd worden zich flexibeler op te stellen tegenover vluchtelingen.

Steeds meer mensen denken dat de overheid meer aandacht besteedt aan vluchtelingen dan aan de Nederlanders zelf. Dit beeld kan nooit veranderd worden door de vluchtelingen zelf; de staat zal dit moeten oppakken.

 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s