Een ontmoeting met een Koerdische gevangene

7 Jun

Reza, 37, is een van de Helmond wonende vluchtelingen. Hij als Iraanse Koerdisch heeft veel mee gemaakt. Hij werd geslachtofferd door de etnische zuiveringen en discriminatie van het onmenselijk Iraanse regime. Na verschillende detenties en martelingen ontsnapte hij aan het brutale regime. Reza besloot om naar een veilig land te vluchten. Deze risicovolle reis naar Nederland nam 8 jaar in beslag. Daarvan verbleef hij 3 jaar illegaal in Irak en 4 jaar in Turkije. Na een lengte gesprek publiceer ik dit duizelingwekkend overlevingsverhaal van Reza.

Peterson Ssendi

Zijn vriend, een Koerdisch activist, werd na een verhoor geëxecuteerd door de regering. Dit was het gevolg van het conflict tussen de Koerdische minderheid in het Western van Iran en de Iraanse regering. De regeling heeft al tot een paar duizend doden geleid. Ook zijn velen op de vlucht geslagen. Ondertussen duren de gevechten voort en strijden de Koerden met hand en tand om hun legitieme deel in Iran op te eisen of om anders onafhankelijk te worden van Iran. Het gevolg van deze weerstand is dat de Koerdische kinderen geweigerd worden op scholen en dat Koerden geweerd worden van officiële functies in de regering of de ambtenarij. Activisten worden vaak beschuldigd van terrorisme en andere strafbare feiten. Reza overleefde dit, maar voor zijn veiligheid en de veiligheid van zijn achtergeblevene familieleden gebruik ik hier geen echt naam van het slachtoffer.

Reza: “Toen ik 18 jaar oud was wilde ik piloot worden”. Hij was een briljant student en hij verwachtte  toegelaten te worden tot de pilotenopleiding in Iran. Helaas werd hij afgewezen; iets wat in zijn ogen pure discriminatie was. Hij moest noodgedwongen Landbouwwetenschappen studeren. In 2001 studeerde hij af in Landbouw, met specialisatie in bodemwetenschappen. En in 2002 werd hij  adviseur voor landbouw in Iran in 2002.

In die tijd werd hij een Koerdisch activist en kwam hij in contact met veel andere leden van de Democratische Partij van Koerdistan. De Iraanse regering kwam hierachter en arresteerde hem. “Ik werd opgesloten in een cel van 1 bij 2 meter, net zo groot als het blad van mijn bureau.” Aldus een verdrietige Reza

Hij had geen idee van de tijd en hoorde geen enkel geluid, terwijl het licht permanent aan was in deze cel, die was vergrendeld met een enorme stalen deur. Reza; “Ik kreeg minimaal thee en het eten kwam heel onregelmatig”. Elk uur dacht hij dat het wel eens zijn laatste uur zou kunnen zijn.

Buiten zijn medeweten om waren zijn familie en zijn vrienden 24 uur per dag in touw om met contacten in de regering zijn vrijlating voor elkaar te krijgen. Uiteindelijk slaagden ze erin om hem  tijdelijk op borgtocht vrij te krijgen; omdat het tijdelijk was wisten ze dat er een vervolgproces zou komen.

Toen hij vrij kwam was hij ondertussen 20 kilo afgevallen en erg verzwakt. Zijn baan was hij kwijt en op zoek gaan naar een nieuwe  baan bleek een zinloze activiteit: niemand was bereid om hem in dienst te nemen. Twee maanden na zijn vrijlating op borg werd Reza uitgenodigd voor een gesprek met officieren van de regering. Hij was bang om meteen weer gearresteerd en verhoord te worden.  “ Er gingen al berichten rond dat mijn Koerdische activisten vriend geëxecuteerd was”. Uit angst voor opsluiting en mogelijk de dood dook Reza onder; dit duurde ongeveer twee jaar. Toen het bijna 2006 was kon hij zich niet nog langer verborgen zien te houden en vluchtte hij naar Irak.

Omdat de Koerden als volk verspreid wonen over de landen Iran, Irak, Syrië en een gedeelte van Turkije was het voor Reza niet heel moeilijk om zich in Irak verborgen te houden. Om echt een nieuw leven te beginnen was echter onmogelijk door werkeloosheid en extreme armoede in de nasleep van de oorlog.  Daarnaast waren de kansen om werk te vinden voor hem als illegaal zeer klein.  Toch was hij liefdevol opgenomen door een paar mensen en lukte het hem om zo daar een tijdje te leven.

Vier jaar later vertrok hij richting Turkije, omdat hij ingeschatte had dat de kansen om te overleven daar groter waren. Illegale immigranten konden daar makkelijker aan tijdelijk werk komen. De reis naar Turkije nam een week in beslag en na een dag rond de grens gehangen te hebben slaagde hij erin de Turkse politie  slimmer af te zijn en naar Turks grondgebied te komen.

Zijn eerste doel was om een Koerdisch contact te vinden  van een vriend in Irak. Reza; “Deze man had een huis met vier slaapkamers die hij verhuurde. Ik huurde een kamer voor ongeveer 150 euro per maand, voor alles (huur, water, elektriciteit). Ik deelde toilet, badkamer en de keuken met de andere huurders.”.

In Turkije was het makkelijk om aan eenvoudig werk zoals schoonmaakwerk te komen. De bazen daar gaven de voorkeur aan illegalen, omdat die het goedkoopst waren.

Ondanks het harde werken en het lage loon kostte het Reza moeite om zich op straat te begeven. Corrupte politieofficieren keken altijd uit naar illegale vreemdelingen; die vroegen dan minimaal  100 euro in ruil voor het voorkomen van een arrestatie. Reza; “Als illegale vreemdeling moest ik altijd dit soort geld op zak hebben,  Zonder dit geld was het heel onverstandig om je als illegaal op straat te begeven”.

En toch ging het goed met Reza in Turkije, omdat hij vrij gemakkelijk weer contact kon hebben met zijn vrouw en zijn familie in Iran. Nadat ze ongeveer zes jaar niet samengeleefd hadden kon Reza’s vrouw in 2011 uiteindelijk naar Turkije komen. De huiseigenaar had er geen bezwaar tegen dat ze bij hem introk, dus het verliep goed. Als stel overwogen ze toen wat de mogelijkheden zouden zijn om met de trein naar een ander deel van Europa te reizen. Dit werd niet alleen als riskant gezien, maar als onmogelijk omdat ze niet over de juiste reisdocumenten beschikten.

Uiteindelijk vertelde een vriend hen over de mogelijkheid om Europa binnen te komen via een smokkelaar.  De vriend bracht hem in contact met een  onafhankelijk zakenman; deze bood hen aan om  documenten te regelen voor een reis naar Nederland voor 7000,- euro per persoon.

Door contact op te nemen met hun families in Iran slaagden ze erin dit bedrag bij elkaar te krijgen. Een week later werd hun vlucht bevestigd en verlieten ze Turkije.

Reza: “Op 10 september 2013 kwamen wij aan op  Schiphol en werden we verwezen naar Ter Apel. Daar bleven we totdat we de gesprekken over asielaanvragen hadden afgerond”. Twee maanden daarna kregen ze een gesprek met de Nederlandse immigratiedienst en werden ze samen naar AZC Emmen overgebracht. Echter, daar kregen ze van hun advocaat te horen dat de Nederlandse immigratiedienst te horen dat hun asielaanvraag was afgewezen. Hun advocaat ging in beroep tegen de Nederlandse immigratiedienst, maar zonder succes.

Drie maanden regelde de advocaat opnieuw gesprekken bij de Nederlandse immigratiedienst. Deze verliepen wel goed en dezelfde dag nog kregen ze de officiële vluchtelingenstatus. Ze werden overgeplaatst naar AZC Heerlen en kregen 40 dagen later een appartement toegewezen in Helmond.

Ondanks de duidelijke verschillen tussen de Koerdische en de Nederlandse cultuur is Reza er trots op om in Helmond te wonen, waar de meeste buren vriendelijk met hem omgaan. Zowel Reza als zijn vrouw volgen de Nederlandse taalcursus. Ze hopen verder te kunnen studeren om hun kansen op werk in Nederland te vergroten.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: