Sinterklaas pakt uit

17 Nov

sinterklaas_2007De hulp-Sint woont in de Rijpelberg – een dorp in Helmond. Hij is geboren en getogen in Haarlem, maar 33 jaar geleden verhuisd naar Helmond waar hij het prima naar zijn zin heeft. Naast zijn professionele werkzaamheden speelt hij in december graag voor hulp-Sinterklaas wat hij al 32 jaar met veel plezier doet. Hij wilde zijn naam niet vernoemd hebben. Hij is dus, in dit stuk, de hulp-Sint. Tijdens zijn bezoek aan onze redactiekamer vertelde hij over deze 32-jarige ervaring als Sinterklaas. Hij vertelde hoe je Sinterklaas het best kunt spelen en wat hij betekent voor de kinderen.

“Ik ben in 1984 als Sinterklaas begonnen en toen waren mijn kinderen nog klein”.  Zijn oudste kind was 3 jaar en het tweede 2 jaar. De eerste keer was volgens de hulp-Sint het spelen als Sinterklaas een eer. Hij zegt ook dat de bezigheden van Sinterklaas onder meer bestaan uit het je verdiepen in de wereld van de kinderen. Dit is volgens hem essentieel.

“Als je Sinterklaas speelt, ben je in die tijd de belangrijkste gast voor alle kinderen.” Tijdens het Sinterklaasfeest heeft hij veel plezier beleefd aan de blije kindergezichten rond het podium. “Zodra je naar het podium loopt, zie je blije gezichten – glimlachende kinderen”. “Daar doe je het voor”, concludeert hij.

De kinderen van Brouwhuis en de scholen in de omgeving kijken elk jaar weer uit naar de komst van de van de Sint.

“Het Sinterklaassprookje moet alle kinderen positieve emoties geven en hun de weg wijzen naar lief en positief zijn”. In zijn rol overtuigt hij kinderen ervan om positieve dingen te doen en de negativiteit na te laten. Dit doet hij op een vriendelijke manier – door het positieve te waarderen en het negatieve niet te af te wijzen. “Ik gaf altijd cadeautjes aan lieve kinderen”. Dit stimuleert volgens hem de kleine  kinderen om lief te zijn en hun ouders te respecteren.

“Vroeger was het beetje anders”. “Het verhaal was dat Sinterklaas stoute kinderen meeneemt naar Spanje”. Die versie bestaat volgens de hulp-Sint niet meer. “Mijn pieten hebben geen zak op de rug, ze hebben ook geen roe. Maar wel zakken waar snoepjes in zitten”.  “Ik ben Sinterklaas voor alle kinderen”. Hij voegt hieraan toe dat het verhaal van pieten die boven op daken ‘s nachts komen om stoute kinderen te pakken, minder positief was voor de kinderen en beslist geen goed beeld gaf  van wie Sinterklaas werkelijk is.

De hulp-Sint vertelt over de belangrijkste gedragsregels voor de rol van Sinterklaas.

“Als je Sinterklaas of zwartepiet speelt, moet je geen enkel kind dwingen om bij jou te komen”. Volgens hem schrikken kleine kinderen soms van Sinterklaas en de Pieten, in het bijzonder wanneer ze hem voor de eerste keer zien.

“Als een kind bang wordt, blijf je op afstand”.  Dit is een belangrijke tip van de hulp-Sint om zo’n probleem op te lossen. “Ik moet ook altijd ter voorbereiding met de vereniging of de ouders in gesprek gaan om voldoende en de juiste informatie te hebben.

“Jij moet je als Sinterklaas aan de wereld van het kind  aanpassen om door het kind geaccepteerd  te worden”. Al deze voorbereidingen en gedragsregels maken het Sinterklaasfeest een drukke en spannende tijd.

Volgens de hulp-Sint is het van belang om er voldoende pieten bij te hebben om een perfect feest te realiseren. Hij legt verder uit dat Sinterklaas een lieve man moet zijn om zo veel mogelijk kinderen bij het feest te kunnen betrekken. Volgens hem spelen pieten daar ook een grote rol bij.  “Ik heb altijd genoeg  pieten bij me ”. Dit kunnen volgens hem ook oudere kinderen zijn. Ze verschijnen altijd met Sinterklaas, verkleed als piet, en helpen met het uitdelen van de cadeautjes.

“De naam van wie Sinterklaas speelt, moet geheim blijven”. Tijdens de Sinterklaastijd werd ’s avonds altijd de kleding van Sinterklaas door de vrouw van de hulp-Sint gewassen en op zolder of in het trapgat te drogen gehangen. De kinderen hebben hier nooit een opmerking over gemaakt, omdat die het verband tussen papa en de hulp-Sint niet begrepen.

Nog altijd is het Sinterklaasfeest een belangrijke Nederlandse traditie. Daartegenover staat de gepolitiseerde discussie rond piet die volgens critici een restant is van het Nederlandse kolonialisme en racisme. De hulp-Sint weet dat deze traditie niks met racisme te maken heeft. Dit feest blijft in Helmond dan ook onveranderd.

 

Brouwhuis strijdt voor groene, gezonde en veilige wijk

19 Oct

Jarenlang zijn de Brouwhuizenaren met hun wijkraad bezig geweest om tot een groenere en gezondere buurt te komen. Door samenwerking onder leiding van wijkraadvoorzitter Ben Vogel is het dorp Brouwhuis nu veiliger en ook groener geworden. Ze kregen het beheer over een verdwijnend groengebied ten zuiden van de wijk, wat nu Landschapspark Kloostereind heet. Ben Vogel vertelt hoe het landschapspark tot stand is gekomen. Hij vertelt in dit interview ook over de rol van de wijkraad van Brouwhuis.

Peterson Ssendi

kloostereindpark

‘Brouwhuis was vroeger een boeren dorp. In het jaar 1968 kwam het bij de gemeente Helmond en later werd het groeistadwijk. De stadsplanning werd door specialisten uitgewerkt. In dit plan was een vrije zone opgenomen die ten zuidwesten tussen het bedrijventerrein en de woonwijk van de wijk Brouwhuis  lag.’
De wijkraadvoorzitter herinnert zich ook dat verschillende project ontwikkelaars geprobeerd hebben deze plek te ontwikkelen tot een villawijk met jachthaven. Daarnaast waren de Brouwhuizenaren bang dat de groenzone van de kaart geveegd zou worden.

‘We formeerden toen een werkgroep die een uitstekend actieplan op papier heeft gezet’, memoreert de voorzitter. Hij laat het wijkblad De Corridor dit actieplan “op weg naar landschapspark” zien. In dit plan staat onder andere: het creëren van leuke picknickplaatsen met wandelroutes en het bouwen van steigers voor mindervaliden bij de overstortvijver langs de Rochadeweg. Het plan spreekt tevens van het aanleggen van kruidenrijke graslanden, met inheemse, vrij grazende schapen, waar insecten en vogels vrij spel hebben. De voorzitter zegt ook dat het invullen van het geledingszone als Landschapspark Kloostereind heel veel te maken had met het stimuleren van biodiversiteit. Daarom vroeg de wijkraad subsidie aan bij de provincie. ‘We hebben in 2014 actie ondernomen om bij de provincie subsidie te krijgen voor dit project. In totaal hebben we 14.000 euro ontvangen.’  Volgens de voorzitter geeft de provincie meestal subsidie aan projecten die biodiversiteit stimuleren.

Ben Vogel vertelt wat de de achterliggende reden is voor de naam van landschapspark Kloostereind. ‘Op  oude kaarten staat de naam Kloostereind binnen de huidige geledingszone’  Het landschapspark Kloostereind is daar dus naar vernoemd, volgens de voorzitter.

Vervelend was dat een deel van de grond van de geledingszone door de gemeente gebruikt werd voor maisteelt.

‘We mochten ook dat gebied gebruiken om biodiversiteit te stimuleren maar we moesten daarvoor de inkomstenderving van de maisteelt betalen aan de gemeente’ Ben Vogel voegt hieraan toe dat dit ook goed verliep.

Hij spreekt me trots over de verbeteringen in de wijk Brouwhuis.

De inwoners zijn, volgens de voorzitter, heel blij met de initiatieven van de belangvereniging wijkraad Brouwhuis. Ook werken de burgers samen om de omgeving groen en aantrekkelijke te houden. De kwestie van gemeentelijke subsidiëring van deze ontwikkelingen blijft natuurlijk bovenaan de lijst staan.

Het werkbezoek van de wethouders aan het landschapspark Kloostereind in augustus was voor Ben Vogel een goede gelegenheid om de vooruitgang van de stichting te presenteren. Hij hoopt dat de wethouders inzien dat de   in oprichting alles in het werk stelt om een mooi landschapspark in Brouwhuis te realiseren.

‘De gemeente zal  de stichting wel financieel moeten ondersteunen. Ik hoop dat de gemeente dat zal gaan doen’

 

Laatste corridor

 

Donker meisje, Zwarte Piet

3 Oct

 

zwartpiet-is-geen-racismeAfbeelding: google

Mijn dochtertje Joyce van 7, die zelf donker is, zal voortaan elke december deelnemen aan het sinterklaasfeest. Samen met haar vriendjes vindt Joyce het fantastisch als ze pepernoten en cadeautjes van de Sint en de zwarte Pieten krijgt. Het begon vorig jaar in november toen Joyce Sinterklaas en Zwarte Piet uitnodigde. Zij stopte fruit in mijn dure schoenen en zette ze buiten neer. In dit artikel laat ik zien hoe dit plan Joyce cadeautjes van Sinterklaas en Zwarte Piet opleverde. Hierin geef ik ook mijn standpunt weer ten aanzien van het sinterklaasfeest.

Elk jaar in december vieren Nederlanders het traditionele sinterklaasfeest. Dit kwam ik te weten toen ik in Helmond ging wonen. Dit sprookje is eigenlijk voor kinderen, maar ook volwassenen willen er in die tijd voor de gezelligheid aan geloven. Sinterklaas is voor vele mensen een lang verwachte welkome gast in Nederland.

In mijn vaderland Oeganda kennen we Sinterklaas niet, maar daarentegen kennen de meeste Oegandezen Santa Claus, wat die in Nederland kerstman genoemd wordt. Santa Claus lijkt heel veel op Sinterklaas, maar deze twee figuren hebben geen verband met elkaar. Santa Claus heeft zelfs geen relatie met de Oegandese cultuur. Daarom is het voor de Oegandezen een vreemde traditie. De Nederlandse Sinterklaas is een oude en officiële traditie, dus ik zie een groot verschil tussen de twee.

Het sinterklaasfeest zorgt voor blije kinderen en volwassenen in mijn wijk. Volgens mij zou het sinterklaasfeest super saai zijn als er geen Zwart Pieten bij waren. De strijd tegen Zwart Piet heeft volgens mij ten doel deze feestelijke traditie om zeep te helpen.

Sinterklaas uitgenodigd

Het was een maandagavond, medio november 2015. Buiten mijn weten nodigde mijn dochter Joyce Sinterklaas uit. Zij wilde dat hij bij ons langs kwam. Om dat verzoek kracht bij te zetten, had mijn dochter het volgende plan opgevat.

Joyce stopte fruit in mijn schoenen en ook een briefje met een mooie grote tekening in een van haar schoenen. In de brief stonden een paar wensen aan “Meneer” Sinterklaas en Piet.

‘’Ik wil graag een laptop om met mijn vrienden te kunnen communiceren’’ was haar grootste wens.

Joyce wilde graag dat Sinterklaas haar die nacht kwam bezoeken. Ze zette beide schoenen buiten neer. Het fruit wordt door het paard gegeten. Dat legde mijn buurman en taalcoach Ron uit toen ik hem dit stuk liet corrigeren.

Ik realiseerde me later die avond, rond half twaalf, dat mijn schoenen niet in huis stonden en vroeg mijn vrouw Maria en mijn zoon Trevor van 13 waar ze ergens konden zijn. Toen was Joyce al naar bed gegaan.

Omdat Trevor het plan van Joyce gehoord had, maakten we haar wakker. Joyce vertelde ons alles over het plan. “Iedereen gaat een cadeautje van Sinterklaas en Zwart Piet krijgen”, vertelde zij met een verwachtingsvol gezicht.

Ondanks die begrijpelijk uitleg van Joyce vonden we het niet zo’n goed idee om de dure schoenen buiten te laten staan.

Na het controleren of de schoenen nog buiten stonden, belde ik Douwe, mijn begeleider die in de buurt woont. Gelukkig was Joyce opnieuw in slaap gevallen. “Bedenk een cadeautje”, adviseerde Douwe me. Door dit gesprek kwam ik meer te weten over het sinterklaasfeest in Nederland.

Sinterklaas schrijft

Na dit gesprek schreef mijn zoon sint Trevor het volgende briefje aan Joyce.  “Ik kan jou wensen niet vervullen, maar je krijgt morgen een cadeautje van mij”.  Onder dit briefje stond de naam van Sinterklaas in de vorm van een handtekening.

Een dag later, op woensdagochtend, werd Joyce ontzettend blij toen ze een pakketje van Sinterklaas op de mat vond. Het pakje bevatte chocola en pepernoten.

De tegenstanders van Sinterklaas beweren dat deze traditie stamt uit de slavernijtijd. Er zou daarom sprake zijn van racisme, want Zwarte Piet fungeert hier als slaaf van Sinterklaas. De  meeste mensen weten niet dat Zwarte Piet eigenlijk niet zwart is, maar door zijn werkzaamheden in de schoorstenen steeds vuiler wordt; als hij zich wast, komt er gewoon een blanke huid tevoorschijn.

Ikzelf zie dus geen echt verband met racisme. Het sinterklaasfeest is in mijn ogen een gewone traditie die in Nederlandse cultuur verankerd is.

Verder;

http://www.ed.nl/mening/opinie-donker-meisje-zwarte-piet-1.6493213

http://www.ad.nl/eindhoven/opinie-donker-meisje-zwarte-piet~a5a35e28/

Een ontmoeting met een Koerdische gevangene

7 Jun

Reza, 37, is een van de Helmond wonende vluchtelingen. Hij als Iraanse Koerdisch heeft veel mee gemaakt. Hij werd geslachtofferd door de etnische zuiveringen en discriminatie van het onmenselijk Iraanse regime. Na verschillende detenties en martelingen ontsnapte hij aan het brutale regime. Reza besloot om naar een veilig land te vluchten. Deze risicovolle reis naar Nederland nam 8 jaar in beslag. Daarvan verbleef hij 3 jaar illegaal in Irak en 4 jaar in Turkije. Na een lengte gesprek publiceer ik dit duizelingwekkend overlevingsverhaal van Reza.

Peterson Ssendi

Zijn vriend, een Koerdisch activist, werd na een verhoor geëxecuteerd door de regering. Dit was het gevolg van het conflict tussen de Koerdische minderheid in het Western van Iran en de Iraanse regering. De regeling heeft al tot een paar duizend doden geleid. Ook zijn velen op de vlucht geslagen. Ondertussen duren de gevechten voort en strijden de Koerden met hand en tand om hun legitieme deel in Iran op te eisen of om anders onafhankelijk te worden van Iran. Het gevolg van deze weerstand is dat de Koerdische kinderen geweigerd worden op scholen en dat Koerden geweerd worden van officiële functies in de regering of de ambtenarij. Activisten worden vaak beschuldigd van terrorisme en andere strafbare feiten. Reza overleefde dit, maar voor zijn veiligheid en de veiligheid van zijn achtergeblevene familieleden gebruik ik hier geen echt naam van het slachtoffer.

Reza: “Toen ik 18 jaar oud was wilde ik piloot worden”. Hij was een briljant student en hij verwachtte  toegelaten te worden tot de pilotenopleiding in Iran. Helaas werd hij afgewezen; iets wat in zijn ogen pure discriminatie was. Hij moest noodgedwongen Landbouwwetenschappen studeren. In 2001 studeerde hij af in Landbouw, met specialisatie in bodemwetenschappen. En in 2002 werd hij  adviseur voor landbouw in Iran in 2002.

In die tijd werd hij een Koerdisch activist en kwam hij in contact met veel andere leden van de Democratische Partij van Koerdistan. De Iraanse regering kwam hierachter en arresteerde hem. “Ik werd opgesloten in een cel van 1 bij 2 meter, net zo groot als het blad van mijn bureau.” Aldus een verdrietige Reza

Hij had geen idee van de tijd en hoorde geen enkel geluid, terwijl het licht permanent aan was in deze cel, die was vergrendeld met een enorme stalen deur. Reza; “Ik kreeg minimaal thee en het eten kwam heel onregelmatig”. Elk uur dacht hij dat het wel eens zijn laatste uur zou kunnen zijn.

Buiten zijn medeweten om waren zijn familie en zijn vrienden 24 uur per dag in touw om met contacten in de regering zijn vrijlating voor elkaar te krijgen. Uiteindelijk slaagden ze erin om hem  tijdelijk op borgtocht vrij te krijgen; omdat het tijdelijk was wisten ze dat er een vervolgproces zou komen.

Toen hij vrij kwam was hij ondertussen 20 kilo afgevallen en erg verzwakt. Zijn baan was hij kwijt en op zoek gaan naar een nieuwe  baan bleek een zinloze activiteit: niemand was bereid om hem in dienst te nemen. Twee maanden na zijn vrijlating op borg werd Reza uitgenodigd voor een gesprek met officieren van de regering. Hij was bang om meteen weer gearresteerd en verhoord te worden.  “ Er gingen al berichten rond dat mijn Koerdische activisten vriend geëxecuteerd was”. Uit angst voor opsluiting en mogelijk de dood dook Reza onder; dit duurde ongeveer twee jaar. Toen het bijna 2006 was kon hij zich niet nog langer verborgen zien te houden en vluchtte hij naar Irak.

Omdat de Koerden als volk verspreid wonen over de landen Iran, Irak, Syrië en een gedeelte van Turkije was het voor Reza niet heel moeilijk om zich in Irak verborgen te houden. Om echt een nieuw leven te beginnen was echter onmogelijk door werkeloosheid en extreme armoede in de nasleep van de oorlog.  Daarnaast waren de kansen om werk te vinden voor hem als illegaal zeer klein.  Toch was hij liefdevol opgenomen door een paar mensen en lukte het hem om zo daar een tijdje te leven.

Vier jaar later vertrok hij richting Turkije, omdat hij ingeschatte had dat de kansen om te overleven daar groter waren. Illegale immigranten konden daar makkelijker aan tijdelijk werk komen. De reis naar Turkije nam een week in beslag en na een dag rond de grens gehangen te hebben slaagde hij erin de Turkse politie  slimmer af te zijn en naar Turks grondgebied te komen.

Zijn eerste doel was om een Koerdisch contact te vinden  van een vriend in Irak. Reza; “Deze man had een huis met vier slaapkamers die hij verhuurde. Ik huurde een kamer voor ongeveer 150 euro per maand, voor alles (huur, water, elektriciteit). Ik deelde toilet, badkamer en de keuken met de andere huurders.”.

In Turkije was het makkelijk om aan eenvoudig werk zoals schoonmaakwerk te komen. De bazen daar gaven de voorkeur aan illegalen, omdat die het goedkoopst waren.

Ondanks het harde werken en het lage loon kostte het Reza moeite om zich op straat te begeven. Corrupte politieofficieren keken altijd uit naar illegale vreemdelingen; die vroegen dan minimaal  100 euro in ruil voor het voorkomen van een arrestatie. Reza; “Als illegale vreemdeling moest ik altijd dit soort geld op zak hebben,  Zonder dit geld was het heel onverstandig om je als illegaal op straat te begeven”.

En toch ging het goed met Reza in Turkije, omdat hij vrij gemakkelijk weer contact kon hebben met zijn vrouw en zijn familie in Iran. Nadat ze ongeveer zes jaar niet samengeleefd hadden kon Reza’s vrouw in 2011 uiteindelijk naar Turkije komen. De huiseigenaar had er geen bezwaar tegen dat ze bij hem introk, dus het verliep goed. Als stel overwogen ze toen wat de mogelijkheden zouden zijn om met de trein naar een ander deel van Europa te reizen. Dit werd niet alleen als riskant gezien, maar als onmogelijk omdat ze niet over de juiste reisdocumenten beschikten.

Uiteindelijk vertelde een vriend hen over de mogelijkheid om Europa binnen te komen via een smokkelaar.  De vriend bracht hem in contact met een  onafhankelijk zakenman; deze bood hen aan om  documenten te regelen voor een reis naar Nederland voor 7000,- euro per persoon.

Door contact op te nemen met hun families in Iran slaagden ze erin dit bedrag bij elkaar te krijgen. Een week later werd hun vlucht bevestigd en verlieten ze Turkije.

Reza: “Op 10 september 2013 kwamen wij aan op  Schiphol en werden we verwezen naar Ter Apel. Daar bleven we totdat we de gesprekken over asielaanvragen hadden afgerond”. Twee maanden daarna kregen ze een gesprek met de Nederlandse immigratiedienst en werden ze samen naar AZC Emmen overgebracht. Echter, daar kregen ze van hun advocaat te horen dat de Nederlandse immigratiedienst te horen dat hun asielaanvraag was afgewezen. Hun advocaat ging in beroep tegen de Nederlandse immigratiedienst, maar zonder succes.

Drie maanden regelde de advocaat opnieuw gesprekken bij de Nederlandse immigratiedienst. Deze verliepen wel goed en dezelfde dag nog kregen ze de officiële vluchtelingenstatus. Ze werden overgeplaatst naar AZC Heerlen en kregen 40 dagen later een appartement toegewezen in Helmond.

Ondanks de duidelijke verschillen tussen de Koerdische en de Nederlandse cultuur is Reza er trots op om in Helmond te wonen, waar de meeste buren vriendelijk met hem omgaan. Zowel Reza als zijn vrouw volgen de Nederlandse taalcursus. Ze hopen verder te kunnen studeren om hun kansen op werk in Nederland te vergroten.

Illegale vreemdeling – stille stem

18 May

Ik wil mijn volgers graag een kijkje laten nemen in het leven van een illegale vreemdeling. Ik doe dat in een gesprek met een gestrande dakloze asielzoeker. Vroeger was hij een Oegandese radiopersoonlijkheid, motorcoureur en activist. Nu zwerft hij in Nederland op straat nadat zijn asielaanvraag door de IND afgewezen is. Ik gebruik niet zijn echte naam. Ik noem het slachtoffer in dit blogartikel T. Kabanda.

Tekst verbeterd door Ron ter Borg

Toen hij net begon met zijn radiocarrière in Oeganda, werd T. Kabanda, 46, benaderd door een 17-jarige jongeman die op school gepest en thuis mishandeld werd vanwege zijn homoseksuele voorkeur. Zijn ouders lieten hem exorciseren en andere therapieën ondergaan om hem te genezen van zijn homoseksualiteit, die in hun ogen een vorm van hekserij was.

Kabanda wendde zijn invloed als radio- en sportman aan om de jongen te helpen. Hij benaderde tevens de ouders van de jongen in de hoop hen tot rede te brengen. Helaas keerden zijn ouders zich tegen Kabanda en beweerden ze dat hij hun zoon tot homoseksualiteit gedreven had. Deze ongegronde valse beschuldiging opende een doos van Pandora. De priester van zijn parochie beschuldigde hem ervan kinderen te ronselen voor een homoseksueel leven. T. Kabanda kreeg niet de gelegenheid zich te verdedigen. Toen realiseerde hij zich dat hij het respect van de gemeenschap kwijt was.

Het gerucht dat T. Kabanda kinderen tot een homoseksuele levensstijl verleidde, werd waarschijnlijk ook nog eens versterkt door sommige critici en rivalen in de sport. Hij probeerde zijn naam te zuiveren in live-programma’s op radio Ssuubi en verschillende uitzendingen in Kampala, maar hij bleef onbegrepen. Van zijn werkgevers bij het radiostation moest hij zijn live-programma stoppen om ‘het imago van hun radiostation te beschermen’. T. Kabanda werd in functie omlaag gezet en kreeg een baantje als hoofd-technicus.

Er waren ook nog andere complicaties die zijn problemen verergerden. Vanwege zijn ervaring werd T. Kabanda in september 2009 gevraagd een live-uitzending te maken over de politieke impasse tussen de centrale regering van Oeganda en het koninkrijk Buganda – een machtig rijk binnen Oeganda waar duizenden onderdanen rebelleerden tegen het harde legeringrijpen wat ze zagen als ondermijning van het koningschap. De Oegandese strijdkrachten moesten in opdracht van de regering de koning ervan weerhouden zijn onderdanen toe te spreken in Kayunga, een district dat gelegen is op 75 km ten noordoosten van Kampala. De demonstranten zagen dit als een aanval op het recht van vrije meningsuiting en vergadering. T. Kabanda: “Mijn live-reportage over de massaslachting in opdracht van de regering werd gevolgd door een groot aantal luisteraars totdat ik rond 1 uur ‘s middags in mijn knie geschoten werd. Mijn radiospullen werden in beslag genomen door de militairen. Mijn uitzending werd abrupt onderbroken.”

Hevig bloedend kroop T. Kabanda naar een kleine kliniek voor aanstaande moeders, zo’n 600 meter verderop, waar hij alleen een verband kreeg voor zijn schotwond. Gelukkig stopte dat het bloeden.

Kabanda: “Ik kreeg een telefoontje van mijn directe baas dat de radio platgelegd was door de Oegandese strijdkrachten. Ze hadden het gebouw ingenomen en wachtten op mij. Ondertussen kreeg ik een sms van mijn dochter waarin ze me waarschuwde dat er mannen in militair uniform rondhingen bij ons huis en duidelijk naar mij op zoek waren.”

T. Kabanda verstopte zich in een autowrak in een parkeergarage, 20 meter van de kliniek vandaan. Met de hulp van de nachtwaker van de garage kon hij de nacht daar doorbrengen.

Kabanda: “Om 7.30 uur ’s morgens strompelde ik met een geïmproviseerde wandelstok naar het huis van Sam, een collega uit de motorsport, die mij een schuilplaats gaf in zijn huis en me de daaropvolgende dagen verzorgde.”

Niet veel later moest T. Kabanda ook daar wegvluchten omdat het niet langer veilig was daar te blijven. T. Kabanda verstopte zich vervolgens enige tijd in de buitenwijken van Kampala en wachtte tot de storm voorbij zou trekken.

Kabanda: “December 2009 keerde ik naar huis terug. Ik dacht dat de heksenjacht voorbij was, maar dat was niet het geval.”

Elke nacht hoorde hij dat er steentjes gegooid werden op het dak of tegen de ramen. Op een nacht werd hij aangevallen door gewapende mannen die hem bijna doodsloegen voor de ogen van zijn doodsbange dochter. Dit was de laatste druppel.
T. Kabanda: “Vluchten was de enige optie, want de aanvallers hadden me gewaarschuwd dat ze met me zouden afrekenen als ik me niet zou schikken naar de wensen van de regerende partij.”
Bijna heel 2010 verbleef hij op verscheidene schuilplaatsen in de buitenwijken van Kampala, tot hij een visum voor Nederland wist te bemachtigen.

Kabanda: “In 2009 had ik me opgegeven voor een cursus klimaatverandering in 2012 van de Universiteit van Wageningen in Nederland, waarvoor ik werd uitgenodigd.”

Dit was de enige kans om het land te ontvluchten. Met de hulp van Sam, die zijn paspoort en andere reisdocumenten in bewaring had gehouden toen T. Kabanda onderdook, speelde hij het klaar een ticket en visum te bemachtigen van het Nederlandse consulaat in Kampala.

Kabanda: “Mijn reisticket werd gereserveerd door de Universiteit van Wageningen in samenwerking met de Koninklijke Ambassade van Nederland in Oeganda.”

In de reisdocumenten werd bevestigd dat hij verwacht werd voor een training op 19 februari 2012. Aanvankelijk bracht T. Kabanda op 18 februari 2012 wat tijd door in een pinksterkerk vlakbij het vliegveld. Hij moest daarna naar een klein café; daar merkte hij dat een aantal mannen hem schaduwden. Uiteindelijk haalde hij het vliegveld waar hij om 11 uur op het vliegtuig stapte. De volgende morgen kwam hij aan op Schiphol.

Vanuit Schiphol ging hij rechtstreeks naar de Universiteit van Wageningen, waar hij warm werd onthaald. Maar na de cursus van 2 weken kon hij nergens naartoe.

In maart 2012 besloot hij zich als asielzoeker te melden bij de immigratiebalie in Ter Apel. Na 2 weken keerde T. Kabanda terug naar het AZC in Wageningen. Later werd hij doorgestuurd naar een ander asielzoekerscentrum in Arnhem waar hij verbleef tot de intakegesprekken met de IND in Zevenaar. Dit nam 2 maanden in beslag.

Een week voor de uitslag van de IND op zijn asielaanvraag werd hij opgeroepen voor overplaatsing naar het AZC Wilhelmina Park in Apeldoorn. Hier kreeg hij van zijn advocaat per e-mail te horen dat zijn aanvraag afgewezen was. Zijn advocaat adviseerde hem in beroep te gaan tegen de beslissing, wat hij ook deed via zijn advocaat.

Vier dagen later kreeg T. Kabanda bericht van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) dat hij in overeenstemming met de beslissing van het immigratiebureau geen recht meer had op onderdak en andere basisbehoeften.
T. Kabanda: “De vertegenwoordiger van het COA overhandigde me een schrijven waarmee het IOM (Internationale Organisatie voor Migratie, die de terugkeer van vluchtelingen regelt en financiert) in staat werd gesteld me naar mijn land van herkomst terug te sturen.” Uiteraard verwierp T. Kabanda dat plan. Hij liet zijn advocaat een gedetailleerde brief met alle ins en outs van zijn casus naar het COA sturen.

Terwijl de advocaat zich uitsloofde voor zijn asielberoep, werd T. Kabanda zelf uit de opvang van het COA gezet. Zelfs toen hij troosteloos buiten voor het AZC Apeldoorn zat, kwam er een beveiligingsbeambte naar hem toe met de woorden dat hij zo snel mogelijk moest ophoepelen. Hij kon nergens heen, behalve naar het Wilhelmina Park naast het AZC, waar hij een vrieskoude nacht doorbracht onder de blote hemel.
T. Kabanda: “Het was te koud voor mij. Ik kon daar niet een tweede nacht doorbrengen.”
Hij belde Henk op, een priester die het AZC vaak bezocht en daar preekte voor de vluchtelingen. T. Kabanda legde hem zijn ellendige situatie voor en Henk beloofde hem te helpen.
T. Kabanda: “Om 4 uur ’s middags kwamen vier onbekende mannen die zich bekendmaakten als collega’s van Henk, mij ophalen.”
Ze reden hem naar Henks huis waar hij werd ondergebracht.

Zowel T. Kabanda als Henk verwachtte dat het immigratiebureau de uitspraak zou bijstellen. Maar dat bleek niet het geval te zijn.

Zich realiseerde dat zijn advocaat er niet in zou slagen er een positieve uitspraak uit te slepen bij het immigratiebureau, nam T. Kabanda contact op met een andere advocaat. Deze ging nu in beroep tegen de uitspraak van het bureau. Een nieuwe behandeling van zijn asielaanvraag werd vastgesteld op midden februari 2015. Maar ook dit werd geen succes.

Ondertussen moest zijn rechterknie in maart 2015 geopereerd worden om de kogelfragmenten te verwijderen die daar 4 jaar geleden in waren blijven steken.

Terwijl ik dit verhaal opschrijf, heeft Henk me gezegd dat hij T. Kabanda onmogelijk langer onderdak kan bieden. De enige optie nu is een andere organisatie te zoeken die hulpeloze asielzoekers zoals hem kan opvangen. Dit is bijna onmogelijk.

Toen ik T. Kabanda interviewde, vertelde hij me van zijn zorgelijke situatie. Omdat zijn twee asielaanvragen zijn verworpen door de IND, komt hij ook niet in aanmerking voor basisvoorzieningen zoals gezondheidszorg en onderdak. Bovendien leeft hij voortdurend in angst opgepakt te worden door de Nederlandse politie.

Toch voelt T. Kabanda zich in Nederland veiliger dan thuis in Oeganda, maar hij mist zijn gezin en familie. “Ik mis mijn dochter van 19, en mijn twee nichtjes waarvan ik voogd ben. Maar ik kan niet terug naar de hel”, klaagt hij.

Ondertussen is in Oeganda Radio Ssuubi in 2010 opnieuw opgestart, maar wel onder een nieuw bestuur dat handelt volgens de richtlijnen van de regering. De Oegandese wet blijft draconisch met betrekking tot seksuele minderheden, waarvan de leden worden gezien als criminelen. De  publieke opinie blijft homofobisch.
Nog altijd worden journalisten in Oeganda onderdrukt en censureert de overheid de media.

%d bloggers like this: