Tag Archives: Nederland

Milieuonderwijs start op Helmondse scholen, dus ook in Brouwhuis

12 Dec

convenant

De gemeente Helmond heeft medio november met een aantal basisscholen uit Helmond een convenant getekend. Met dit convenant geven de scholen aan het hele jaar door de schoolomgeving zo schoon mogelijk te houden. Dit in het kader van het nieuwe project KLIEN IT, dat de gemeente samen met duurzaamheidscentrum Groen4Life organiseert. Er zijn in totaal negen basisscholen die deelnemen – drie daarvan uit Brouwhuis. Wethouder Erik de Vries heeft namens de gemeente het convenant ondertekend en officieel het startschot gegeven voor het onderwijsproject.

Nieuw project zwerfafval
Jaarlijks organiseren de basisscholen in Nederland een schoonmaakactiviteit. Deze wordt uitgevoerd door leerlingen van groep 8 en ze verzamelen gewoonlijk het zwerfaval op school en in de buurt. De leerlingen worden hierbij door hun docenten begeleid. Dit vonden de gemeente Helmond en Groen4Life minder effectief en daarom kwam ze met een ander, creatiever plan.

“Na bestudering van het feit dat er op basisscholen onvoldoende aandacht is voor de afvalproblematiek, stelde ik het volgende idee voor aan de gemeente: namelijk om onder andere lesmodules over zwerfafval te ontwikkelen voor basisscholen”, zegt Petra Hovestadt tijdens de aftrap van KLIEN IT, dat bij SUEZ Recycling Services in Brouwhuis werd geïnitieerd. Petra is eigenaar van Groen4life. Petra vertelt ook dat haar projectontwikkelingsteam bestaat uit kunstenaars, docenten en duurzaamheidsbedrijven zoals Suez Recycling Services. Alle partners komen uit Helmond. “De kunstenaars ondersteunen bijvoorbeeld met het ontwerpen van designs voor op prullenbakken en de docenten met het ontwikkelen van de lesmodules, voor elke school op maat”.

“De basisschoolleerlingen bewust maken van de afvalproblematiek op school en ook thuis is de reden waarom de gemeente dit project faciliteert”, bevestigt wethouder Erik de Vries.

Drie van de acht deelnemende Helmondse basisscholen komen uit Brouwhuis, namelijk: De Stroom, Montessorischool en De Vlier. De andere deelnemers zijn St. Trudo, De Rakt, KC. Mozaïek, De Goede Herder, Silvester-Bernadette en De Straap. Petra hoopt dat dit idee in de hele stad en later zelfs in heel Nederland  wordt geadopteerd.

Integratie in het lesprogramma

Dit project zou als blijvend onderdeel geïntegreerd moeten worden in het basisonderwijs. De leerlingen krijgen dan het hele jaar door les over zwerfafval en duurzaamheid. “Dit is een pilotproject en het originele idee komt uit Helmond’’, schrijft Majelle Janssen, educatie- en communicatiemedewerker bij Groen4Life, in haar persbericht over het kick-off evenement van KLIEN IT. “De lesmodules”, legt ze uit, “gaan over duurzaamheid en passen goed in het lesprogramma van de deelnemende scholen”. Volgens haar is het bijzondere van dit project dat alle modules op maat zijn ontwikkeld voor elke school, waardoor ze makkelijk binnen het reguliere onderwijsprogramma uit te voeren zijn.

“Naast het schoonhouden van de school en de buurt gaan de leerlingen aan de slag met hun duurzame creativiteit door het maken van kunstwerken uit afval. Ook brengen zijn verslag uit van alle activiteiten op een website of social media. De gemeente en Groen4Life gaan hierop toezien, bieden waar nodig ondersteuning en ideeën. Leerlingen kunnen een prijs winnen voor de mooiste ontwerpen én voor de beste website”, besluit Petra Hovestadt van Groen4life.

Een ontmoetingsplek voor alle leeftijden in Brouwhuis

28 Nov

tiener1-jpg-large

Kinderen en tieners komen vaak bij het Tienerhuis om zowel te skaten, steppen of skateboarden als elkaar te ontmoeten. Dankzij ervaren vrijwilligers nemen ze deel aan activiteiten speciaal ontwikkeld voor de tieners; zoals zumba en fotografie. Tennissen, tafeltennis, biljarten, darten en film kijken staan altijd bove aan de lijstjes van de jongens. Senioren nemen ook deel aan de activiteiten in het tienerhuis; iedere woensdagochtend spelen ouderen rummikub, maken mooie kaarten, sjoelen en drinken gezellig en kopje koffie of thee.

Stichting Tienerhuis en Skatepark Helmond ligt strategisch aan Rivierensingel 752 te Brouwhuis. Dichtbij het station van Brouwhuis is het voor iedereen bereikbaar. Voor de inwoners van Brouwhuis en Rijpelberg, maar ook voor de inwoners van de andere wijken van Helmond, is het voor alle leeftijden een leuke ontmoetingsplek.

Het skatepark bij het tienerhuis in Brouwhuis, foto; facebook

Tienerhuis en Skatepark Helmond is meer dan alleen maar een ontmoetingsplek. Het is sinds vier jaren  een leerbedrijf. “Twee studenten sociaal-culturele-werkvakken van het Summa College lopen stage bij het Tienerhuis en Skatepark”, zegt Ton Sauvé van het bestuur. De studenten worden door aan de stichting verbonden specialisten begeleid om ervaring op te doen met de omgang met kinderen, jeugdigen en senioren. Stichting Tienerhuis en Skatepark Helmond werkt ook samen met de wijkraad, de LEV-groep en de gemeente.

Ton Sauvé liet De Corridor weten dat er ook cursussen mindfulness en meditatie worden gegeven. Tijdens de winter heeft Stichting Tienerhuis en Skatepark Helmond ook verschillende activiteiten voor alle leeftijden op het programma staan, zoals leuke avonden voor jongens en meisjes. Ook zijn er speciale activiteiten voor senioren.

Speciale aandacht wordt ook aan de kinderen tussen 10 en 14 besteed. Iedere eerste vrijdag van de maand is er een disco voor deze kinderen, zoals de brochure van Stichting Tienerhuis en Skatepark Helmond vermeldt.

Beginnende skaters zijn volgens Ton ook welkom. Het Tienerhuis geeft skatelessen aan beginnende skaters. Skate benodigdheden zoals skates, waveboards en skateboards kunnen van het Tienerhuis geleend worden. Er worden ook voetbal-, basketbal-, dart-, tafelvoetbal- en hockeytrainingen gegeven. Daarvoor organiseert Stichting Tienerhuis en Skatepark Helmond ieder jaar in oktober en maart een open dag.

Deze projecten zijn volgens Ton Sauvé  een groot succes. De stichting kijkt al uit naar andere uitdagingen. “Wij zetten ons in voor meer open dagen, meer kinderen, meer stagiairs en meer samenwerking met de wijken”.

Een ontmoeting met een Koerdische gevangene

7 Jun

Reza, 37, is een van de Helmond wonende vluchtelingen. Hij als Iraanse Koerdisch heeft veel mee gemaakt. Hij werd geslachtofferd door de etnische zuiveringen en discriminatie van het onmenselijk Iraanse regime. Na verschillende detenties en martelingen ontsnapte hij aan het brutale regime. Reza besloot om naar een veilig land te vluchten. Deze risicovolle reis naar Nederland nam 8 jaar in beslag. Daarvan verbleef hij 3 jaar illegaal in Irak en 4 jaar in Turkije. Na een lengte gesprek publiceer ik dit duizelingwekkend overlevingsverhaal van Reza.

Peterson Ssendi

Zijn vriend, een Koerdisch activist, werd na een verhoor geëxecuteerd door de regering. Dit was het gevolg van het conflict tussen de Koerdische minderheid in het Western van Iran en de Iraanse regering. De regeling heeft al tot een paar duizend doden geleid. Ook zijn velen op de vlucht geslagen. Ondertussen duren de gevechten voort en strijden de Koerden met hand en tand om hun legitieme deel in Iran op te eisen of om anders onafhankelijk te worden van Iran. Het gevolg van deze weerstand is dat de Koerdische kinderen geweigerd worden op scholen en dat Koerden geweerd worden van officiële functies in de regering of de ambtenarij. Activisten worden vaak beschuldigd van terrorisme en andere strafbare feiten. Reza overleefde dit, maar voor zijn veiligheid en de veiligheid van zijn achtergeblevene familieleden gebruik ik hier geen echt naam van het slachtoffer.

Reza: “Toen ik 18 jaar oud was wilde ik piloot worden”. Hij was een briljant student en hij verwachtte  toegelaten te worden tot de pilotenopleiding in Iran. Helaas werd hij afgewezen; iets wat in zijn ogen pure discriminatie was. Hij moest noodgedwongen Landbouwwetenschappen studeren. In 2001 studeerde hij af in Landbouw, met specialisatie in bodemwetenschappen. En in 2002 werd hij  adviseur voor landbouw in Iran in 2002.

In die tijd werd hij een Koerdisch activist en kwam hij in contact met veel andere leden van de Democratische Partij van Koerdistan. De Iraanse regering kwam hierachter en arresteerde hem. “Ik werd opgesloten in een cel van 1 bij 2 meter, net zo groot als het blad van mijn bureau.” Aldus een verdrietige Reza

Hij had geen idee van de tijd en hoorde geen enkel geluid, terwijl het licht permanent aan was in deze cel, die was vergrendeld met een enorme stalen deur. Reza; “Ik kreeg minimaal thee en het eten kwam heel onregelmatig”. Elk uur dacht hij dat het wel eens zijn laatste uur zou kunnen zijn.

Buiten zijn medeweten om waren zijn familie en zijn vrienden 24 uur per dag in touw om met contacten in de regering zijn vrijlating voor elkaar te krijgen. Uiteindelijk slaagden ze erin om hem  tijdelijk op borgtocht vrij te krijgen; omdat het tijdelijk was wisten ze dat er een vervolgproces zou komen.

Toen hij vrij kwam was hij ondertussen 20 kilo afgevallen en erg verzwakt. Zijn baan was hij kwijt en op zoek gaan naar een nieuwe  baan bleek een zinloze activiteit: niemand was bereid om hem in dienst te nemen. Twee maanden na zijn vrijlating op borg werd Reza uitgenodigd voor een gesprek met officieren van de regering. Hij was bang om meteen weer gearresteerd en verhoord te worden.  “ Er gingen al berichten rond dat mijn Koerdische activisten vriend geëxecuteerd was”. Uit angst voor opsluiting en mogelijk de dood dook Reza onder; dit duurde ongeveer twee jaar. Toen het bijna 2006 was kon hij zich niet nog langer verborgen zien te houden en vluchtte hij naar Irak.

Omdat de Koerden als volk verspreid wonen over de landen Iran, Irak, Syrië en een gedeelte van Turkije was het voor Reza niet heel moeilijk om zich in Irak verborgen te houden. Om echt een nieuw leven te beginnen was echter onmogelijk door werkeloosheid en extreme armoede in de nasleep van de oorlog.  Daarnaast waren de kansen om werk te vinden voor hem als illegaal zeer klein.  Toch was hij liefdevol opgenomen door een paar mensen en lukte het hem om zo daar een tijdje te leven.

Vier jaar later vertrok hij richting Turkije, omdat hij ingeschatte had dat de kansen om te overleven daar groter waren. Illegale immigranten konden daar makkelijker aan tijdelijk werk komen. De reis naar Turkije nam een week in beslag en na een dag rond de grens gehangen te hebben slaagde hij erin de Turkse politie  slimmer af te zijn en naar Turks grondgebied te komen.

Zijn eerste doel was om een Koerdisch contact te vinden  van een vriend in Irak. Reza; “Deze man had een huis met vier slaapkamers die hij verhuurde. Ik huurde een kamer voor ongeveer 150 euro per maand, voor alles (huur, water, elektriciteit). Ik deelde toilet, badkamer en de keuken met de andere huurders.”.

In Turkije was het makkelijk om aan eenvoudig werk zoals schoonmaakwerk te komen. De bazen daar gaven de voorkeur aan illegalen, omdat die het goedkoopst waren.

Ondanks het harde werken en het lage loon kostte het Reza moeite om zich op straat te begeven. Corrupte politieofficieren keken altijd uit naar illegale vreemdelingen; die vroegen dan minimaal  100 euro in ruil voor het voorkomen van een arrestatie. Reza; “Als illegale vreemdeling moest ik altijd dit soort geld op zak hebben,  Zonder dit geld was het heel onverstandig om je als illegaal op straat te begeven”.

En toch ging het goed met Reza in Turkije, omdat hij vrij gemakkelijk weer contact kon hebben met zijn vrouw en zijn familie in Iran. Nadat ze ongeveer zes jaar niet samengeleefd hadden kon Reza’s vrouw in 2011 uiteindelijk naar Turkije komen. De huiseigenaar had er geen bezwaar tegen dat ze bij hem introk, dus het verliep goed. Als stel overwogen ze toen wat de mogelijkheden zouden zijn om met de trein naar een ander deel van Europa te reizen. Dit werd niet alleen als riskant gezien, maar als onmogelijk omdat ze niet over de juiste reisdocumenten beschikten.

Uiteindelijk vertelde een vriend hen over de mogelijkheid om Europa binnen te komen via een smokkelaar.  De vriend bracht hem in contact met een  onafhankelijk zakenman; deze bood hen aan om  documenten te regelen voor een reis naar Nederland voor 7000,- euro per persoon.

Door contact op te nemen met hun families in Iran slaagden ze erin dit bedrag bij elkaar te krijgen. Een week later werd hun vlucht bevestigd en verlieten ze Turkije.

Reza: “Op 10 september 2013 kwamen wij aan op  Schiphol en werden we verwezen naar Ter Apel. Daar bleven we totdat we de gesprekken over asielaanvragen hadden afgerond”. Twee maanden daarna kregen ze een gesprek met de Nederlandse immigratiedienst en werden ze samen naar AZC Emmen overgebracht. Echter, daar kregen ze van hun advocaat te horen dat de Nederlandse immigratiedienst te horen dat hun asielaanvraag was afgewezen. Hun advocaat ging in beroep tegen de Nederlandse immigratiedienst, maar zonder succes.

Drie maanden regelde de advocaat opnieuw gesprekken bij de Nederlandse immigratiedienst. Deze verliepen wel goed en dezelfde dag nog kregen ze de officiële vluchtelingenstatus. Ze werden overgeplaatst naar AZC Heerlen en kregen 40 dagen later een appartement toegewezen in Helmond.

Ondanks de duidelijke verschillen tussen de Koerdische en de Nederlandse cultuur is Reza er trots op om in Helmond te wonen, waar de meeste buren vriendelijk met hem omgaan. Zowel Reza als zijn vrouw volgen de Nederlandse taalcursus. Ze hopen verder te kunnen studeren om hun kansen op werk in Nederland te vergroten.

Illegale vreemdeling – stille stem

18 May

Ik wil mijn volgers graag een kijkje laten nemen in het leven van een illegale vreemdeling. Ik doe dat in een gesprek met een gestrande dakloze asielzoeker. Vroeger was hij een Oegandese radiopersoonlijkheid, motorcoureur en activist. Nu zwerft hij in Nederland op straat nadat zijn asielaanvraag door de IND afgewezen is. Ik gebruik niet zijn echte naam. Ik noem het slachtoffer in dit blogartikel T. Kabanda.

Tekst verbeterd door Ron ter Borg

Toen hij net begon met zijn radiocarrière in Oeganda, werd T. Kabanda, 46, benaderd door een 17-jarige jongeman die op school gepest en thuis mishandeld werd vanwege zijn homoseksuele voorkeur. Zijn ouders lieten hem exorciseren en andere therapieën ondergaan om hem te genezen van zijn homoseksualiteit, die in hun ogen een vorm van hekserij was.

Kabanda wendde zijn invloed als radio- en sportman aan om de jongen te helpen. Hij benaderde tevens de ouders van de jongen in de hoop hen tot rede te brengen. Helaas keerden zijn ouders zich tegen Kabanda en beweerden ze dat hij hun zoon tot homoseksualiteit gedreven had. Deze ongegronde valse beschuldiging opende een doos van Pandora. De priester van zijn parochie beschuldigde hem ervan kinderen te ronselen voor een homoseksueel leven. T. Kabanda kreeg niet de gelegenheid zich te verdedigen. Toen realiseerde hij zich dat hij het respect van de gemeenschap kwijt was.

Het gerucht dat T. Kabanda kinderen tot een homoseksuele levensstijl verleidde, werd waarschijnlijk ook nog eens versterkt door sommige critici en rivalen in de sport. Hij probeerde zijn naam te zuiveren in live-programma’s op radio Ssuubi en verschillende uitzendingen in Kampala, maar hij bleef onbegrepen. Van zijn werkgevers bij het radiostation moest hij zijn live-programma stoppen om ‘het imago van hun radiostation te beschermen’. T. Kabanda werd in functie omlaag gezet en kreeg een baantje als hoofd-technicus.

Er waren ook nog andere complicaties die zijn problemen verergerden. Vanwege zijn ervaring werd T. Kabanda in september 2009 gevraagd een live-uitzending te maken over de politieke impasse tussen de centrale regering van Oeganda en het koninkrijk Buganda – een machtig rijk binnen Oeganda waar duizenden onderdanen rebelleerden tegen het harde legeringrijpen wat ze zagen als ondermijning van het koningschap. De Oegandese strijdkrachten moesten in opdracht van de regering de koning ervan weerhouden zijn onderdanen toe te spreken in Kayunga, een district dat gelegen is op 75 km ten noordoosten van Kampala. De demonstranten zagen dit als een aanval op het recht van vrije meningsuiting en vergadering. T. Kabanda: “Mijn live-reportage over de massaslachting in opdracht van de regering werd gevolgd door een groot aantal luisteraars totdat ik rond 1 uur ‘s middags in mijn knie geschoten werd. Mijn radiospullen werden in beslag genomen door de militairen. Mijn uitzending werd abrupt onderbroken.”

Hevig bloedend kroop T. Kabanda naar een kleine kliniek voor aanstaande moeders, zo’n 600 meter verderop, waar hij alleen een verband kreeg voor zijn schotwond. Gelukkig stopte dat het bloeden.

Kabanda: “Ik kreeg een telefoontje van mijn directe baas dat de radio platgelegd was door de Oegandese strijdkrachten. Ze hadden het gebouw ingenomen en wachtten op mij. Ondertussen kreeg ik een sms van mijn dochter waarin ze me waarschuwde dat er mannen in militair uniform rondhingen bij ons huis en duidelijk naar mij op zoek waren.”

T. Kabanda verstopte zich in een autowrak in een parkeergarage, 20 meter van de kliniek vandaan. Met de hulp van de nachtwaker van de garage kon hij de nacht daar doorbrengen.

Kabanda: “Om 7.30 uur ’s morgens strompelde ik met een geïmproviseerde wandelstok naar het huis van Sam, een collega uit de motorsport, die mij een schuilplaats gaf in zijn huis en me de daaropvolgende dagen verzorgde.”

Niet veel later moest T. Kabanda ook daar wegvluchten omdat het niet langer veilig was daar te blijven. T. Kabanda verstopte zich vervolgens enige tijd in de buitenwijken van Kampala en wachtte tot de storm voorbij zou trekken.

Kabanda: “December 2009 keerde ik naar huis terug. Ik dacht dat de heksenjacht voorbij was, maar dat was niet het geval.”

Elke nacht hoorde hij dat er steentjes gegooid werden op het dak of tegen de ramen. Op een nacht werd hij aangevallen door gewapende mannen die hem bijna doodsloegen voor de ogen van zijn doodsbange dochter. Dit was de laatste druppel.
T. Kabanda: “Vluchten was de enige optie, want de aanvallers hadden me gewaarschuwd dat ze met me zouden afrekenen als ik me niet zou schikken naar de wensen van de regerende partij.”
Bijna heel 2010 verbleef hij op verscheidene schuilplaatsen in de buitenwijken van Kampala, tot hij een visum voor Nederland wist te bemachtigen.

Kabanda: “In 2009 had ik me opgegeven voor een cursus klimaatverandering in 2012 van de Universiteit van Wageningen in Nederland, waarvoor ik werd uitgenodigd.”

Dit was de enige kans om het land te ontvluchten. Met de hulp van Sam, die zijn paspoort en andere reisdocumenten in bewaring had gehouden toen T. Kabanda onderdook, speelde hij het klaar een ticket en visum te bemachtigen van het Nederlandse consulaat in Kampala.

Kabanda: “Mijn reisticket werd gereserveerd door de Universiteit van Wageningen in samenwerking met de Koninklijke Ambassade van Nederland in Oeganda.”

In de reisdocumenten werd bevestigd dat hij verwacht werd voor een training op 19 februari 2012. Aanvankelijk bracht T. Kabanda op 18 februari 2012 wat tijd door in een pinksterkerk vlakbij het vliegveld. Hij moest daarna naar een klein café; daar merkte hij dat een aantal mannen hem schaduwden. Uiteindelijk haalde hij het vliegveld waar hij om 11 uur op het vliegtuig stapte. De volgende morgen kwam hij aan op Schiphol.

Vanuit Schiphol ging hij rechtstreeks naar de Universiteit van Wageningen, waar hij warm werd onthaald. Maar na de cursus van 2 weken kon hij nergens naartoe.

In maart 2012 besloot hij zich als asielzoeker te melden bij de immigratiebalie in Ter Apel. Na 2 weken keerde T. Kabanda terug naar het AZC in Wageningen. Later werd hij doorgestuurd naar een ander asielzoekerscentrum in Arnhem waar hij verbleef tot de intakegesprekken met de IND in Zevenaar. Dit nam 2 maanden in beslag.

Een week voor de uitslag van de IND op zijn asielaanvraag werd hij opgeroepen voor overplaatsing naar het AZC Wilhelmina Park in Apeldoorn. Hier kreeg hij van zijn advocaat per e-mail te horen dat zijn aanvraag afgewezen was. Zijn advocaat adviseerde hem in beroep te gaan tegen de beslissing, wat hij ook deed via zijn advocaat.

Vier dagen later kreeg T. Kabanda bericht van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) dat hij in overeenstemming met de beslissing van het immigratiebureau geen recht meer had op onderdak en andere basisbehoeften.
T. Kabanda: “De vertegenwoordiger van het COA overhandigde me een schrijven waarmee het IOM (Internationale Organisatie voor Migratie, die de terugkeer van vluchtelingen regelt en financiert) in staat werd gesteld me naar mijn land van herkomst terug te sturen.” Uiteraard verwierp T. Kabanda dat plan. Hij liet zijn advocaat een gedetailleerde brief met alle ins en outs van zijn casus naar het COA sturen.

Terwijl de advocaat zich uitsloofde voor zijn asielberoep, werd T. Kabanda zelf uit de opvang van het COA gezet. Zelfs toen hij troosteloos buiten voor het AZC Apeldoorn zat, kwam er een beveiligingsbeambte naar hem toe met de woorden dat hij zo snel mogelijk moest ophoepelen. Hij kon nergens heen, behalve naar het Wilhelmina Park naast het AZC, waar hij een vrieskoude nacht doorbracht onder de blote hemel.
T. Kabanda: “Het was te koud voor mij. Ik kon daar niet een tweede nacht doorbrengen.”
Hij belde Henk op, een priester die het AZC vaak bezocht en daar preekte voor de vluchtelingen. T. Kabanda legde hem zijn ellendige situatie voor en Henk beloofde hem te helpen.
T. Kabanda: “Om 4 uur ’s middags kwamen vier onbekende mannen die zich bekendmaakten als collega’s van Henk, mij ophalen.”
Ze reden hem naar Henks huis waar hij werd ondergebracht.

Zowel T. Kabanda als Henk verwachtte dat het immigratiebureau de uitspraak zou bijstellen. Maar dat bleek niet het geval te zijn.

Zich realiseerde dat zijn advocaat er niet in zou slagen er een positieve uitspraak uit te slepen bij het immigratiebureau, nam T. Kabanda contact op met een andere advocaat. Deze ging nu in beroep tegen de uitspraak van het bureau. Een nieuwe behandeling van zijn asielaanvraag werd vastgesteld op midden februari 2015. Maar ook dit werd geen succes.

Ondertussen moest zijn rechterknie in maart 2015 geopereerd worden om de kogelfragmenten te verwijderen die daar 4 jaar geleden in waren blijven steken.

Terwijl ik dit verhaal opschrijf, heeft Henk me gezegd dat hij T. Kabanda onmogelijk langer onderdak kan bieden. De enige optie nu is een andere organisatie te zoeken die hulpeloze asielzoekers zoals hem kan opvangen. Dit is bijna onmogelijk.

Toen ik T. Kabanda interviewde, vertelde hij me van zijn zorgelijke situatie. Omdat zijn twee asielaanvragen zijn verworpen door de IND, komt hij ook niet in aanmerking voor basisvoorzieningen zoals gezondheidszorg en onderdak. Bovendien leeft hij voortdurend in angst opgepakt te worden door de Nederlandse politie.

Toch voelt T. Kabanda zich in Nederland veiliger dan thuis in Oeganda, maar hij mist zijn gezin en familie. “Ik mis mijn dochter van 19, en mijn twee nichtjes waarvan ik voogd ben. Maar ik kan niet terug naar de hel”, klaagt hij.

Ondertussen is in Oeganda Radio Ssuubi in 2010 opnieuw opgestart, maar wel onder een nieuw bestuur dat handelt volgens de richtlijnen van de regering. De Oegandese wet blijft draconisch met betrekking tot seksuele minderheden, waarvan de leden worden gezien als criminelen. De  publieke opinie blijft homofobisch.
Nog altijd worden journalisten in Oeganda onderdrukt en censureert de overheid de media.

%d bloggers like this: