Een ontmoeting met een Koerdische gevangene

7 Jun

Reza, 37, is een van de Helmond wonende vluchtelingen. Hij als Iraanse Koerdisch heeft veel mee gemaakt. Hij werd geslachtofferd door de etnische zuiveringen en discriminatie van het onmenselijk Iraanse regime. Na verschillende detenties en martelingen ontsnapte hij aan het brutale regime. Reza besloot om naar een veilig land te vluchten. Deze risicovolle reis naar Nederland nam 8 jaar in beslag. Daarvan verbleef hij 3 jaar illegaal in Irak en 4 jaar in Turkije. Na een lengte gesprek publiceer ik dit duizelingwekkend overlevingsverhaal van Reza.

Peterson Ssendi

Zijn vriend, een Koerdisch activist, werd na een verhoor geëxecuteerd door de regering. Dit was het gevolg van het conflict tussen de Koerdische minderheid in het Western van Iran en de Iraanse regering. De regeling heeft al tot een paar duizend doden geleid. Ook zijn velen op de vlucht geslagen. Ondertussen duren de gevechten voort en strijden de Koerden met hand en tand om hun legitieme deel in Iran op te eisen of om anders onafhankelijk te worden van Iran. Het gevolg van deze weerstand is dat de Koerdische kinderen geweigerd worden op scholen en dat Koerden geweerd worden van officiële functies in de regering of de ambtenarij. Activisten worden vaak beschuldigd van terrorisme en andere strafbare feiten. Reza overleefde dit, maar voor zijn veiligheid en de veiligheid van zijn achtergeblevene familieleden gebruik ik hier geen echt naam van het slachtoffer.

Reza: “Toen ik 18 jaar oud was wilde ik piloot worden”. Hij was een briljant student en hij verwachtte  toegelaten te worden tot de pilotenopleiding in Iran. Helaas werd hij afgewezen; iets wat in zijn ogen pure discriminatie was. Hij moest noodgedwongen Landbouwwetenschappen studeren. In 2001 studeerde hij af in Landbouw, met specialisatie in bodemwetenschappen. En in 2002 werd hij  adviseur voor landbouw in Iran in 2002.

In die tijd werd hij een Koerdisch activist en kwam hij in contact met veel andere leden van de Democratische Partij van Koerdistan. De Iraanse regering kwam hierachter en arresteerde hem. “Ik werd opgesloten in een cel van 1 bij 2 meter, net zo groot als het blad van mijn bureau.” Aldus een verdrietige Reza

Hij had geen idee van de tijd en hoorde geen enkel geluid, terwijl het licht permanent aan was in deze cel, die was vergrendeld met een enorme stalen deur. Reza; “Ik kreeg minimaal thee en het eten kwam heel onregelmatig”. Elk uur dacht hij dat het wel eens zijn laatste uur zou kunnen zijn.

Buiten zijn medeweten om waren zijn familie en zijn vrienden 24 uur per dag in touw om met contacten in de regering zijn vrijlating voor elkaar te krijgen. Uiteindelijk slaagden ze erin om hem  tijdelijk op borgtocht vrij te krijgen; omdat het tijdelijk was wisten ze dat er een vervolgproces zou komen.

Toen hij vrij kwam was hij ondertussen 20 kilo afgevallen en erg verzwakt. Zijn baan was hij kwijt en op zoek gaan naar een nieuwe  baan bleek een zinloze activiteit: niemand was bereid om hem in dienst te nemen. Twee maanden na zijn vrijlating op borg werd Reza uitgenodigd voor een gesprek met officieren van de regering. Hij was bang om meteen weer gearresteerd en verhoord te worden.  “ Er gingen al berichten rond dat mijn Koerdische activisten vriend geëxecuteerd was”. Uit angst voor opsluiting en mogelijk de dood dook Reza onder; dit duurde ongeveer twee jaar. Toen het bijna 2006 was kon hij zich niet nog langer verborgen zien te houden en vluchtte hij naar Irak.

Omdat de Koerden als volk verspreid wonen over de landen Iran, Irak, Syrië en een gedeelte van Turkije was het voor Reza niet heel moeilijk om zich in Irak verborgen te houden. Om echt een nieuw leven te beginnen was echter onmogelijk door werkeloosheid en extreme armoede in de nasleep van de oorlog.  Daarnaast waren de kansen om werk te vinden voor hem als illegaal zeer klein.  Toch was hij liefdevol opgenomen door een paar mensen en lukte het hem om zo daar een tijdje te leven.

Vier jaar later vertrok hij richting Turkije, omdat hij ingeschatte had dat de kansen om te overleven daar groter waren. Illegale immigranten konden daar makkelijker aan tijdelijk werk komen. De reis naar Turkije nam een week in beslag en na een dag rond de grens gehangen te hebben slaagde hij erin de Turkse politie  slimmer af te zijn en naar Turks grondgebied te komen.

Zijn eerste doel was om een Koerdisch contact te vinden  van een vriend in Irak. Reza; “Deze man had een huis met vier slaapkamers die hij verhuurde. Ik huurde een kamer voor ongeveer 150 euro per maand, voor alles (huur, water, elektriciteit). Ik deelde toilet, badkamer en de keuken met de andere huurders.”.

In Turkije was het makkelijk om aan eenvoudig werk zoals schoonmaakwerk te komen. De bazen daar gaven de voorkeur aan illegalen, omdat die het goedkoopst waren.

Ondanks het harde werken en het lage loon kostte het Reza moeite om zich op straat te begeven. Corrupte politieofficieren keken altijd uit naar illegale vreemdelingen; die vroegen dan minimaal  100 euro in ruil voor het voorkomen van een arrestatie. Reza; “Als illegale vreemdeling moest ik altijd dit soort geld op zak hebben,  Zonder dit geld was het heel onverstandig om je als illegaal op straat te begeven”.

En toch ging het goed met Reza in Turkije, omdat hij vrij gemakkelijk weer contact kon hebben met zijn vrouw en zijn familie in Iran. Nadat ze ongeveer zes jaar niet samengeleefd hadden kon Reza’s vrouw in 2011 uiteindelijk naar Turkije komen. De huiseigenaar had er geen bezwaar tegen dat ze bij hem introk, dus het verliep goed. Als stel overwogen ze toen wat de mogelijkheden zouden zijn om met de trein naar een ander deel van Europa te reizen. Dit werd niet alleen als riskant gezien, maar als onmogelijk omdat ze niet over de juiste reisdocumenten beschikten.

Uiteindelijk vertelde een vriend hen over de mogelijkheid om Europa binnen te komen via een smokkelaar.  De vriend bracht hem in contact met een  onafhankelijk zakenman; deze bood hen aan om  documenten te regelen voor een reis naar Nederland voor 7000,- euro per persoon.

Door contact op te nemen met hun families in Iran slaagden ze erin dit bedrag bij elkaar te krijgen. Een week later werd hun vlucht bevestigd en verlieten ze Turkije.

Reza: “Op 10 september 2013 kwamen wij aan op  Schiphol en werden we verwezen naar Ter Apel. Daar bleven we totdat we de gesprekken over asielaanvragen hadden afgerond”. Twee maanden daarna kregen ze een gesprek met de Nederlandse immigratiedienst en werden ze samen naar AZC Emmen overgebracht. Echter, daar kregen ze van hun advocaat te horen dat de Nederlandse immigratiedienst te horen dat hun asielaanvraag was afgewezen. Hun advocaat ging in beroep tegen de Nederlandse immigratiedienst, maar zonder succes.

Drie maanden regelde de advocaat opnieuw gesprekken bij de Nederlandse immigratiedienst. Deze verliepen wel goed en dezelfde dag nog kregen ze de officiële vluchtelingenstatus. Ze werden overgeplaatst naar AZC Heerlen en kregen 40 dagen later een appartement toegewezen in Helmond.

Ondanks de duidelijke verschillen tussen de Koerdische en de Nederlandse cultuur is Reza er trots op om in Helmond te wonen, waar de meeste buren vriendelijk met hem omgaan. Zowel Reza als zijn vrouw volgen de Nederlandse taalcursus. Ze hopen verder te kunnen studeren om hun kansen op werk in Nederland te vergroten.

Illegale vreemdeling – stille stem

18 May

Ik wil mijn volgers graag een kijkje laten nemen in het leven van een illegale vreemdeling. Ik doe dat in een gesprek met een gestrande dakloze asielzoeker. Vroeger was hij een Oegandese radiopersoonlijkheid, motorcoureur en activist. Nu zwerft hij in Nederland op straat nadat zijn asielaanvraag door de IND afgewezen is. Ik gebruik niet zijn echte naam. Ik noem het slachtoffer in dit blogartikel T. Kabanda.

Tekst verbeterd door Ron ter Borg

Toen hij net begon met zijn radiocarrière in Oeganda, werd T. Kabanda, 46, benaderd door een 17-jarige jongeman die op school gepest en thuis mishandeld werd vanwege zijn homoseksuele voorkeur. Zijn ouders lieten hem exorciseren en andere therapieën ondergaan om hem te genezen van zijn homoseksualiteit, die in hun ogen een vorm van hekserij was.

Kabanda wendde zijn invloed als radio- en sportman aan om de jongen te helpen. Hij benaderde tevens de ouders van de jongen in de hoop hen tot rede te brengen. Helaas keerden zijn ouders zich tegen Kabanda en beweerden ze dat hij hun zoon tot homoseksualiteit gedreven had. Deze ongegronde valse beschuldiging opende een doos van Pandora. De priester van zijn parochie beschuldigde hem ervan kinderen te ronselen voor een homoseksueel leven. T. Kabanda kreeg niet de gelegenheid zich te verdedigen. Toen realiseerde hij zich dat hij het respect van de gemeenschap kwijt was.

Het gerucht dat T. Kabanda kinderen tot een homoseksuele levensstijl verleidde, werd waarschijnlijk ook nog eens versterkt door sommige critici en rivalen in de sport. Hij probeerde zijn naam te zuiveren in live-programma’s op radio Ssuubi en verschillende uitzendingen in Kampala, maar hij bleef onbegrepen. Van zijn werkgevers bij het radiostation moest hij zijn live-programma stoppen om ‘het imago van hun radiostation te beschermen’. T. Kabanda werd in functie omlaag gezet en kreeg een baantje als hoofd-technicus.

Er waren ook nog andere complicaties die zijn problemen verergerden. Vanwege zijn ervaring werd T. Kabanda in september 2009 gevraagd een live-uitzending te maken over de politieke impasse tussen de centrale regering van Oeganda en het koninkrijk Buganda – een machtig rijk binnen Oeganda waar duizenden onderdanen rebelleerden tegen het harde legeringrijpen wat ze zagen als ondermijning van het koningschap. De Oegandese strijdkrachten moesten in opdracht van de regering de koning ervan weerhouden zijn onderdanen toe te spreken in Kayunga, een district dat gelegen is op 75 km ten noordoosten van Kampala. De demonstranten zagen dit als een aanval op het recht van vrije meningsuiting en vergadering. T. Kabanda: “Mijn live-reportage over de massaslachting in opdracht van de regering werd gevolgd door een groot aantal luisteraars totdat ik rond 1 uur ‘s middags in mijn knie geschoten werd. Mijn radiospullen werden in beslag genomen door de militairen. Mijn uitzending werd abrupt onderbroken.”

Hevig bloedend kroop T. Kabanda naar een kleine kliniek voor aanstaande moeders, zo’n 600 meter verderop, waar hij alleen een verband kreeg voor zijn schotwond. Gelukkig stopte dat het bloeden.

Kabanda: “Ik kreeg een telefoontje van mijn directe baas dat de radio platgelegd was door de Oegandese strijdkrachten. Ze hadden het gebouw ingenomen en wachtten op mij. Ondertussen kreeg ik een sms van mijn dochter waarin ze me waarschuwde dat er mannen in militair uniform rondhingen bij ons huis en duidelijk naar mij op zoek waren.”

T. Kabanda verstopte zich in een autowrak in een parkeergarage, 20 meter van de kliniek vandaan. Met de hulp van de nachtwaker van de garage kon hij de nacht daar doorbrengen.

Kabanda: “Om 7.30 uur ’s morgens strompelde ik met een geïmproviseerde wandelstok naar het huis van Sam, een collega uit de motorsport, die mij een schuilplaats gaf in zijn huis en me de daaropvolgende dagen verzorgde.”

Niet veel later moest T. Kabanda ook daar wegvluchten omdat het niet langer veilig was daar te blijven. T. Kabanda verstopte zich vervolgens enige tijd in de buitenwijken van Kampala en wachtte tot de storm voorbij zou trekken.

Kabanda: “December 2009 keerde ik naar huis terug. Ik dacht dat de heksenjacht voorbij was, maar dat was niet het geval.”

Elke nacht hoorde hij dat er steentjes gegooid werden op het dak of tegen de ramen. Op een nacht werd hij aangevallen door gewapende mannen die hem bijna doodsloegen voor de ogen van zijn doodsbange dochter. Dit was de laatste druppel.
T. Kabanda: “Vluchten was de enige optie, want de aanvallers hadden me gewaarschuwd dat ze met me zouden afrekenen als ik me niet zou schikken naar de wensen van de regerende partij.”
Bijna heel 2010 verbleef hij op verscheidene schuilplaatsen in de buitenwijken van Kampala, tot hij een visum voor Nederland wist te bemachtigen.

Kabanda: “In 2009 had ik me opgegeven voor een cursus klimaatverandering in 2012 van de Universiteit van Wageningen in Nederland, waarvoor ik werd uitgenodigd.”

Dit was de enige kans om het land te ontvluchten. Met de hulp van Sam, die zijn paspoort en andere reisdocumenten in bewaring had gehouden toen T. Kabanda onderdook, speelde hij het klaar een ticket en visum te bemachtigen van het Nederlandse consulaat in Kampala.

Kabanda: “Mijn reisticket werd gereserveerd door de Universiteit van Wageningen in samenwerking met de Koninklijke Ambassade van Nederland in Oeganda.”

In de reisdocumenten werd bevestigd dat hij verwacht werd voor een training op 19 februari 2012. Aanvankelijk bracht T. Kabanda op 18 februari 2012 wat tijd door in een pinksterkerk vlakbij het vliegveld. Hij moest daarna naar een klein café; daar merkte hij dat een aantal mannen hem schaduwden. Uiteindelijk haalde hij het vliegveld waar hij om 11 uur op het vliegtuig stapte. De volgende morgen kwam hij aan op Schiphol.

Vanuit Schiphol ging hij rechtstreeks naar de Universiteit van Wageningen, waar hij warm werd onthaald. Maar na de cursus van 2 weken kon hij nergens naartoe.

In maart 2012 besloot hij zich als asielzoeker te melden bij de immigratiebalie in Ter Apel. Na 2 weken keerde T. Kabanda terug naar het AZC in Wageningen. Later werd hij doorgestuurd naar een ander asielzoekerscentrum in Arnhem waar hij verbleef tot de intakegesprekken met de IND in Zevenaar. Dit nam 2 maanden in beslag.

Een week voor de uitslag van de IND op zijn asielaanvraag werd hij opgeroepen voor overplaatsing naar het AZC Wilhelmina Park in Apeldoorn. Hier kreeg hij van zijn advocaat per e-mail te horen dat zijn aanvraag afgewezen was. Zijn advocaat adviseerde hem in beroep te gaan tegen de beslissing, wat hij ook deed via zijn advocaat.

Vier dagen later kreeg T. Kabanda bericht van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) dat hij in overeenstemming met de beslissing van het immigratiebureau geen recht meer had op onderdak en andere basisbehoeften.
T. Kabanda: “De vertegenwoordiger van het COA overhandigde me een schrijven waarmee het IOM (Internationale Organisatie voor Migratie, die de terugkeer van vluchtelingen regelt en financiert) in staat werd gesteld me naar mijn land van herkomst terug te sturen.” Uiteraard verwierp T. Kabanda dat plan. Hij liet zijn advocaat een gedetailleerde brief met alle ins en outs van zijn casus naar het COA sturen.

Terwijl de advocaat zich uitsloofde voor zijn asielberoep, werd T. Kabanda zelf uit de opvang van het COA gezet. Zelfs toen hij troosteloos buiten voor het AZC Apeldoorn zat, kwam er een beveiligingsbeambte naar hem toe met de woorden dat hij zo snel mogelijk moest ophoepelen. Hij kon nergens heen, behalve naar het Wilhelmina Park naast het AZC, waar hij een vrieskoude nacht doorbracht onder de blote hemel.
T. Kabanda: “Het was te koud voor mij. Ik kon daar niet een tweede nacht doorbrengen.”
Hij belde Henk op, een priester die het AZC vaak bezocht en daar preekte voor de vluchtelingen. T. Kabanda legde hem zijn ellendige situatie voor en Henk beloofde hem te helpen.
T. Kabanda: “Om 4 uur ’s middags kwamen vier onbekende mannen die zich bekendmaakten als collega’s van Henk, mij ophalen.”
Ze reden hem naar Henks huis waar hij werd ondergebracht.

Zowel T. Kabanda als Henk verwachtte dat het immigratiebureau de uitspraak zou bijstellen. Maar dat bleek niet het geval te zijn.

Zich realiseerde dat zijn advocaat er niet in zou slagen er een positieve uitspraak uit te slepen bij het immigratiebureau, nam T. Kabanda contact op met een andere advocaat. Deze ging nu in beroep tegen de uitspraak van het bureau. Een nieuwe behandeling van zijn asielaanvraag werd vastgesteld op midden februari 2015. Maar ook dit werd geen succes.

Ondertussen moest zijn rechterknie in maart 2015 geopereerd worden om de kogelfragmenten te verwijderen die daar 4 jaar geleden in waren blijven steken.

Terwijl ik dit verhaal opschrijf, heeft Henk me gezegd dat hij T. Kabanda onmogelijk langer onderdak kan bieden. De enige optie nu is een andere organisatie te zoeken die hulpeloze asielzoekers zoals hem kan opvangen. Dit is bijna onmogelijk.

Toen ik T. Kabanda interviewde, vertelde hij me van zijn zorgelijke situatie. Omdat zijn twee asielaanvragen zijn verworpen door de IND, komt hij ook niet in aanmerking voor basisvoorzieningen zoals gezondheidszorg en onderdak. Bovendien leeft hij voortdurend in angst opgepakt te worden door de Nederlandse politie.

Toch voelt T. Kabanda zich in Nederland veiliger dan thuis in Oeganda, maar hij mist zijn gezin en familie. “Ik mis mijn dochter van 19, en mijn twee nichtjes waarvan ik voogd ben. Maar ik kan niet terug naar de hel”, klaagt hij.

Ondertussen is in Oeganda Radio Ssuubi in 2010 opnieuw opgestart, maar wel onder een nieuw bestuur dat handelt volgens de richtlijnen van de regering. De Oegandese wet blijft draconisch met betrekking tot seksuele minderheden, waarvan de leden worden gezien als criminelen. De  publieke opinie blijft homofobisch.
Nog altijd worden journalisten in Oeganda onderdrukt en censureert de overheid de media.

Stiphout is niet conservatief

4 May

Al achtenviertig jaar is Stiphout geen zelfstandige gemeente meer. Het grootste deel is bij Helmond gevoegd en het kleinste deel bij Aarle-Rixtel. Ondanks die verandering vormen de Stiphoutsenaren  een hechte gemeenschap en verschillen zij qua eigenschap en mentaliteit veel van de Helmonders. Bovendien is Stiphout niet alleen een wijk van de vermogende mensen; Er wonen ook minder vermogende mensen, maar iedereen wordt gewaardeerd. Ik vraag mij af hoe het komt dat de Stiphoutenaren zo’n hechte gemeenschap vormen. Naar mijn idee hebben de Stiphoutsenaren veel mee gemaakt en dat is de aanleiding voor het Schrijven van deze blog artikel.

Vorige jaar, 2015, had Merkel van Gerwen, de redacteur van het tijdschrift, de Lindenburg, een interview met drie Stiphoutenaren. Alle drie de gesprek partners spraken over hun ervaringen uit de tweede wereldoorlog. Gelukkig kreeg ik dat nummer onder ogen. Na het lezen hiervan merkte ik op dat Stiphout sinds de bevrijding ten goede veranderd is.

Het is 1944

In september 1944 vond de operatie Market Garden plaats door de geallieerden, die snel vanuit België kwamen. Het doel was om vanuit Arnhem de bruggen over de maas en Waal in handen te krijgen.  De Stiphoutenaren, die door Marcel van Gerwen geïnterviewd werden, hebben zelf parachutisten zien dalen. Een van hen, Theo Vogels, herinnerde zich, Dat de parachutisten bij de oude toren in Son naar beneden kwamen.

Daardoor kwam Stiphout terecht in de frontlinie van de oorlog en vluchtten heel veel mensen weg. Sommige mensen werden geëvacueerd. Anderen konden wegens vele omstandigheden  niet vluchten.  “Theo en Ria zaten op het Geeneind, bij van den Elsen op de hooizolder en (anderen) bij van de Schijndel” een citaat uit het artikel, maar heel veel andere inwoners werden toen uitgewezen.

De Duitsers planden vanuit Venlo een tegen aanval. Daardoor trokken er Duitse tanks dwars door Helmond en Stiphout. Stiphout was volgens de verhalen een oorlogsgebied; er werden veel granaten afgevuurd. Er stonden ook gecamoufleerde Duitse tanks bij woningen.

Dankzij de Engelse bevrijders werden de Duitsers teruggeslagen en op 19 en 20 september 1944 was Stiphout bevrijd.

De mensen in Stiphout hebben na de bevrijding feest gevierd. De straten werden met fraaie bogen versierd en er werden optochten gehouden. Na de bevrijding pakten de Stiphoutenaren de draad weer op. En volgens de Lindenberg, werd Stiphout  van een arme wijk een gegoede wijk. Het gemeenschapsgevoel van de inwoners en het respect voor elkaar heeft van Stiphout een welvarend dorp gemaakt waar het goed toeven is.

De man in het bos

19 Apr

Peterson Ssendi

Toen ik vanaf Eindhoven via het Stiphoutse bos naar huis fietste, stopte er bij de oversteek van de autoweg een oude man naast mij. “Goedemiddag, meneer”, zei ik. Hij reageerde met dezelfde woorden en stelde als eerste een vraag: “Waar kom je vandaan?” Hij wilde overduidelijk een praatje beginnen en vroeg na mijn antwoord ‘Ik kom uit Oeganda’, waarom ik naar Nederland gekomen was.

Ik vertelde hem mijn verkorte asielverhaal. Vervolgens stelde hij nog een paar vragen om wat meer van mij te weten te komen. Tijdens dit vraag-en-antwoordspel vroeg hij mij ook of ik een uitkering krijg en hoe hoog die uitkering eigenlijk is. Daarnaast wilde hij weten of ik wilde gaan werken, waarop ik reageerde dat ik daarmee bezig was.

Hij wilde weten of ik met de computer kan werken. “Jazeker”, antwoordde ik. Ik dacht dat hij misschien een baan voor mij had, maar dat was helaas niet zo. Toen vroeg hij of ik in een supermarkt kon werken en ook daarop antwoordde ik bevestigend. Ik hoopte dat dat misschien mijn kans was om voor een baan in de supermarkt in aanmerking te komen. Ik ben altijd flexibel en kan alle soorten werk doen.

Ik legde verder uit dat ik werkzaam ben geweest als productiemedewerker bij de Atlant Groep in Helmond, dus daar heb ik ook genoeg ervaring mee.

Tijdens het gesprek heb ik geen kans gekregen om de man naar zijn naam te vragen. Ik bemerkte tijdens ons gesprek echter dat hij in Aarle-Rixtel woont, in de richting van mijn woning in Helmond, dus wij besloten samen door te fietsen. Tijdens deze fietstocht liet hij me weten dat hij 80 jaar is en dat hij twee kinderen heeft, van 50 en 55. Maar deze kinderen wonen niet meer bij hem en ook niet in de buurt van Helmond.

Even later wist hij me te vertellen dat er vluchtelingen achter de aanslagen in België en in Frankrijk zaten. Deze meneer wist blijkbaar niet dat de terroristen die de aanslagen in Parijs en in België hebben uitgevoerd, geen vluchtelingen waren. Volgens de informatie die bekend gemaakt is, waren de daders in Parijs en Frankrijk geboren en getogen in Europa, en zeker geen vluchtelingen.

In de taalklas

Een paar dagen later discussieerden wij in onze taalklas, bij Werkvloertaal, over het thema “Calvinisme in Nederland” dat in het boek Nederlands Op Niveau, door Berna de Boer en Ronald Ohlsen, aan de orde komt. Daarna moesten wij, de studenten, de docente vragen stellen over het thema. Persoonlijk wilde ik weten of de eigenschappen zoals die van de meneer in het bos behoren tot de calvinistisch erfgoed. Eigenlijk wilde ik weten of het ook een calvinistische eigenschap is dat de man in het bos mij, een vreemde, allerlei intieme vragen stelde, zoals hoeveel ik verdien.

“Elk jaar tijdens mijn verjaardagsfeest stellen ook mijn kennissen allerlei vragen over vluchtelingen”, aldus mijn NT2-docente. Zij is al jaren werkzaam als NT2-docente en zij heeft erg veel ervaring met vluchtelingen in Nederland. Volgens haar zijn er helaas nog steeds veel Nederlanders die denken dat vluchtelingen geen zin hebben om te werken. Ook denken velen dat vluchtelingen een heel hoge uitkering krijgen. Deze mensen weten volgens haar niet hoe hoog uitkeringen zijn en hoe een uitkering, voor zowel voor vluchtelingen als voor niet-vluchtelingen, is opgebouwd.

Maar mijn docente weet zeker dat vluchtelingen ondanks hun taalachterstand en andere problemen best willen werken. Alle vluchtelingen willen volgens de NT2-docente ook financieel onafhankelijk worden. Ze willen niet thuis zitten, maar ze willen ook belasting kunnen betalen, net als de werkende Nederlanders.

Op de door mij aangevoerde kwestie antwoordde mijn docente dat de oude man in het bos geen typisch calvinistische eigenschap etaleerde. “Het was beetje naïef van hem om jou te adviseren in een supermarkt te gaan werken, omdat het meeste werk in een supermarkt door de jongelui gedaan wordt. Die zijn immers goedkoper.” Bovendien hebben mensen die goed Nederlands spreken meer kansen op werk.

Mijn conclusie uit het gesprek met de oude man en de taalles, is dat het voor vluchtelingen belangrijk is geïnformeerd te blijven over de Nederlandse cultuur en de normen en waarden. Om een goed beeld te krijgen van vluchtelingen, moeten de Nederlandse burgers en werkgevers bovendien gestimuleerd worden zich flexibeler op te stellen tegenover vluchtelingen.

Steeds meer mensen denken dat de overheid meer aandacht besteedt aan vluchtelingen dan aan de Nederlanders zelf. Dit beeld kan nooit veranderd worden door de vluchtelingen zelf; de staat zal dit moeten oppakken.

 

Oeganda, een voedingsbodem voor terroristen

14 Apr

In 1998 werden de Amerikaanse ambassades in het oosten van Afrika (Kenia en Tanzania)  het doelwit van zelfmoordaanslagen. Veel onschuldige mensen zijn bij deze aanslagen omgekomen en er zijn ook veel gewonden gevallen.

Twaalf jaar later, in 2010, werden enkele honderden Oegandese onschuldige voetbalfans tijdens het kijken naar de FIFA World Cup finale vermoord bij een terroristische aanslag. Deze aanslag vond op 2 verschillende locaties tegelijkertijd plaats. Sindsdien is deze vorm van terrorisme ook doorgedrongen bij de Oegandezen. De andere, de voor hen veel meer bekende interpretatie van terrorisme, heeft betrekking op het regime dat aan de macht is.

Peterson Ssendi

Er bestaan talloze definities van het woord “terrorisme”. Hier wil ik mij beperken tot de definitie waarin terrorisme staat beschreven als het gebruik van geweld tegen onschuldige burgers voor politiek gewin. Je kunt dit ook staatsterrorisme noemen.

Naar mijn mening zijn het de regeringen die, door democratische rechten te ontzeggen aan hun burgers, geweld uitlokken.

Museveni, de Oegandese voormalige terrorist en de huidige president, besloot in 1982 om de wapens op te nemen. Hij maakte hierbij gebruik van kinderen “kadogo kindsoldaten” in rebelse activiteiten om zogenaamd de democratie in Oeganda te herstellen. Hij heeft hierbij de toenmalige legitieme regering uit de macht ontzet.Museveni en kadogo solidaten – youtube

Nadat hij in 1986 aan de macht kwam, is er weinig terecht gekomen van zijn democratische plan. Hijzelf is nu de wetgevende macht. De politie, het leger en de rechterlijke macht zijn als het ware zijn eigendom.

De oppositie in Uganda wordt sterk aan banden gelegd. Op elke manifestatie zijn er telkens weer gewelddadige arrestaties van leden van deze oppositie door de ‘koninklijke’ politie macht, vaak aangemoedigd door de presidentiële aangewezen verkiezingsambtenaren.

De Oegandese politie staat nu vooral bekend voor het doden van mensen die een bedreiging vormen voor de huidige dictatuur. Dit heeft tot gevolg dat de meeste Oegandezen hun vertrouwen in hun politiekorps compleet hebben verloren.

Oegandese politie schiet op de burgers – youtube video

Sommige moedige Oegandezen hebben het aangedurfd om zich te verdedigen tegen de werkwijze van deze brutale politie. Een houding waarmee ze duidelijk willen maken dat ze tegen het huidige (terroristische) regime zijn.

“ Verschillende organisaties zoals de Wereld Bank Groep, het IMF en de Verenigde Naties moeten stoppen met het financieren van verschillende projecten van die dictator Gen. Museveni ” zei Erick Kashambuzi en Milton Allimadi in een brede declaratie namens de groep van de Oegandezen in Amerika die staan tegenover de brutaliteit van het regime in Oeganda. Deze auteurs zeiden ook dat men moet weigeren het  regime allerlei soorten leningen te geven. Deze verklaring wijst ook op het artikel “museveni spends big on campagne trail” die het bekende tijdschrift Newsweek  heeft gepubliceerd. Daarin werden de budgetten van de Oegandese afgelopen verkiezingen van de dictator Museveni en zijn verkiezingstegenstanders ook getoond. Volgens Newsweek kostte de verkiezingscampagne van Musveni 7.8 miljoen Amerikaanse dollar. Dit is veel te veel in vergelijking met de 282,000 en  de 375,000 Amerikaanse dollars van zijn twee directe tegenstanders.

Ook demonstreerde in maart in Den Haag een groep Oegandezen tegen onder andere de verkiezingsfraudes en corruptie door het regime in Oeganda. “We tolereren het dictatorschap van Museven niet. Dus roepen we de wereld op om ons te steunen om deze dictator ten val te kunnen brengen”. Joel Luliko Wakayima, bestuurder van UDG een groep Oegandese ballingen in Nederland.

Wakayima

Joel Luliko Wakayima, UGD – Nederland. Foto: facebook

De demonstraties van Oegandezen die vanuit het buitenland tegen de dictatuur van Museveni strijden, worden vaak niet gehoord. Europa heeft blijkbaar haar handen vol aan allerlei andere problemen en wil niet nog een probleem, namelijk het terroristische regime van Oeganda, erbij hebben.

Het bestrijden van Afrikaanse dictaturen, en de Oegandese dictator in het bijzonder, zou meer aandacht moeten krijgen. Alle landgenoten in deze dictaturen groeien op met een terroristisch voorbeeld. We moeten duidelijk maken dat dit beslist geen toekomst biedt, en dat terroristisch gedrag niet wordt getolereerd. Nog steeds worden de tegenstanders van de huidige President, Museveni, gearresteerd. Corruptie wordt door de overheid bijna officieel geaccepteerd. Ook gebruikt de politie brutaliteit en intimidatie als een manier om de tegenstanders te onderdrukken.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 1,195 other followers

%d bloggers like this: